Het minimum genormaliseerd rekeningstelsel (PCMN) verdeelt de Belgische boekhouding in tien klassen. Daarbinnen neemt klasse 2 een centrale plaats in op je balans. Ze groepeert al je vaste activa. Concreet gaat het om goederen en rechten die je duurzaam aan je activiteit toewijst. De rekeningen van klasse 2 omvatten de subklassen 20 tot 29, van oprichtingskosten tot vorderingen op meer dan één jaar.

Samenvatting
  • De rekeningen van klasse 2 groeperen alle vaste activa die aan de activazijde van de balans worden opgenomen.
  • Klasse 2 omvat 10 subklassen, van rekening 20 (oprichtingskosten) tot rekening 29 (vorderingen op meer dan één jaar).
  • De aanschaffingswaarde omvat de aankoopprijs en alle bijkomende kosten (notaris, niet-aftrekbare btw, transport, installatie).
  • Afschrijfbare activa volgen een plan dat door het bestuursorgaan wordt vastgelegd; terreinen en de meeste financiële vaste activa worden niet afgeschreven.
  • Sinds 1 januari 2020 passen vennootschappen geen degressieve fiscale afschrijving meer toe op nieuwe investeringen.

 

Wat is klasse 2 van het PCMN?

In het PCMN omvat klasse 2 de vaste activa van je onderneming. Je boekt er goederen, rechten of uitgaven in die je duurzaam aan je activiteit toewijst. Je verwacht er gedurende meerdere boekjaren economische voordelen uit te halen.

Het koninklijk besluit van 29 april 2019 ter uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) legt de waarderingsregels voor deze activa vast. Om een element in klasse 2 op te nemen, moet je aan drie voorwaarden voldoen. Ten eerste moet het goed duurzaam aan de activiteit worden toegewezen. Ten tweede moet het toekomstige economische voordelen opleveren. Ten derde moet de kostprijs op betrouwbare wijze kunnen worden gemeten. Ontbreekt één van deze voorwaarden, dan neem je de uitgave rechtstreeks op in de resultatenrekening (klasse 6).

Goed om te weten
Klasse 2 is niet alleen voor grote vennootschappen. Als zelfstandige of zaakvoerder van een kmo boek je hier ook je computer, je bedrijfswagen of de inrichting van je kantoor. Elke investering die je langer dan één jaar bijhoudt en aan je activiteit toewijst, heeft zijn plaats in een van de rekeningen van klasse 2.

 

De 10 subrekeningen van klasse 2 in een oogopslag

De volgende tabel geeft een overzicht van de tien subrekeningen van klasse 2 met hun balansrubriek.

RekeningOmschrijvingBalansrubriekAfschrijfbaar
20OprichtingskostenIJa (max. 5 jaar)
21Immateriële vaste activaIIJa (volgens gebruiksduur)
22Terreinen en gebouwenIII.AGedeeltelijk (gebouwen ja, terreinen nee)
23Installaties, machines en uitrustingIII.BJa
24Meubilair en rollend materieelIII.CJa
25Vaste activa in leasingIII.DJa
26Overige materiële vaste activaIII.EJa
27Materiële vaste activa in uitvoering en vooruitbetalingenIII.FNee (vóór ingebruikname)
28Financiële vaste activaIVNee (waardeverminderingen indien nodig)
29Vorderingen op meer dan één jaarVNee

 

Algemene waarderingsregels voor rekeningen van klasse 2

 

Aanschaffingswaarde en bijkomende kosten

Wanneer een actief in klasse 2 wordt opgenomen, registreer je het aan de aanschaffingswaarde. Die omvat de aankoopprijs, maar ook alle rechtstreeks toerekenbare bijkomende kosten: registratierechten, notarishonoraria, niet-aftrekbare btw, transport- en installatiekosten. Wanneer je vennootschap het goed zelf vervaardigt, gebruik je de kostprijs.

Verwerft je een actief via een inbreng in natura, dan pas je de tussen de partijen overeengekomen waarde toe. Interesten tijdens de aanloopperiode (vóór de ingebruikname) mag je optioneel activeren. Vermeld ze in dat geval verplicht in de toelichting.

 

Hoe schrijf je een actief van klasse 2 af?

Afschrijving weerspiegelt het waardevermindering van een actief in de loop van de tijd. Het bestuursorgaan kiest de methode en de duur volgens de algemeen aanvaarde regels. Boekhoudkundig zijn drie methoden mogelijk: lineaire afschrijving (constante annuïteit), degressieve afschrijving (dubbel tarief van de lineaire methode, geplafonneerd op 40 % van de aanschaffingswaarde) en progressieve afschrijving of afschrijving per prestatie-eenheid.

⚠️ Belangrijk: sinds 1 januari 2020 passen vennootschappen geen degressieve afschrijving meer toe voor fiscale doeleinden op nieuwe investeringen. Boekhoudkundig mag dit nog wel. Zelfstandigen (natuurlijke personen) behouden deze mogelijkheid fiscaal.

Tip
Voor het eerste gebruiksjaar berekenen alle vennootschappen sinds 2020 een prorata temporis (geen volledige jaarafschrijving meer als je een investering in de loop van het jaar doet). Houd hiermee rekening vanaf de aankoop in je afschrijvingsplan.

 

Waardeverminderingen en herwaardering

Sommige activa van klasse 2 worden niet afgeschreven. Je kunt echter een waardevermindering boeken als hun waardedaling bestendig en duurzaam is. Dit geldt met name voor terreinen en financiële vaste activa. Houdt de waardedaling op, dan moet je de waardevermindering verplicht terugboeken.

Omgekeerd kun je een herwaarderingsmeerwaarde boeken op materiële vaste activa (rekeningen 22 tot 27) en op deelnemingen (rekening 28). Daarvoor moet hun werkelijke waarde op zekere en duurzame wijze hoger liggen dan de boekwaarde. Je boekt de meerwaarde dan als credit op rekening 121 (materiële vaste activa) of 122 (financiële vaste activa) aan de passiefzijde. Voor immateriële vaste activa is deze herwaardering evenwel niet toegestaan.

 

De logica van de subrekeningen 0, 8 en 9

In klasse 2 geldt voor alle subklassen (21 tot 28) een coderingsprincipe. Het laatste cijfer van de subrekening geeft de aard aan: 0 voor de aanschaffingswaarde, 8 voor de aan de activazijde geboekte meerwaarden, 9 voor de afschrijvingen en waardeverminderingen. Zo registreert rekening 2300 de aanschaffingswaarde van een machine, rekening 2308 de herwaarderingsmeerwaarde, en rekening 2309 de gecumuleerde afschrijvingen.

 

Rekening 20: Oprichtingskosten

Oprichtingskosten (rekening 20) omvatten de uitgaven verbonden aan de oprichting, de uitbreiding of de herstructurering van je vennootschap. Denk aan notaris- en revisorhonoraria, publicatiekosten in het Belgisch Staatsblad of herstructureringskosten. Deze kosten mogen niet onbeperkt op de actiefzijde blijven staan. Je moet ze afschrijven in maximaal 5 jaar. Ze kunnen ook in het eerste jaar rechtstreeks ten laste worden genomen.

Zolang deze kosten niet volledig zijn afgeschreven, mag je geen dividenden uitkeren ten belope van het niet-afgeschreven bedrag. Dit is een essentiële voorzichtigheidsregel voor jonge vennootschappen.

 

Rekening 21: Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa (rekening 21) omvatten ontwikkelingskosten (rekening 210), concessies, octrooien, licenties, knowhow en merken (rekening 211), goodwill (rekening 212) en betaalde voorschotten (rekening 213). Deze activa hebben geen materiële drager, maar leveren over meerdere boekjaren economische voordelen op.

Hier gelden twee specifieke regels. Enerzijds mag je alleen ontwikkelingskosten activeren, geen zuivere onderzoekskosten. Anderzijds mag je op immateriële vaste activa nooit een herwaarderingsmeerwaarde boeken.

 

Rekening 22: Terreinen en gebouwen

Terreinen en gebouwen (rekening 22) omvatten de onroerende goederen waarvan je eigenaar bent en die je duurzaam aan je bedrijfsuitoefening toewijst. Men onderscheidt rekening 220 (terreinen), rekening 221 (gebouwen), rekening 222 (bebouwde terreinen zonder mogelijkheid tot splitsing) en rekening 223 (andere zakelijke rechten op onroerende goederen: vruchtgebruik, erfpacht, opstal).

Terreinen met onbeperkte levensduur worden niet afgeschreven. Gebouwen daarentegen worden afgeschreven volgens een door jou vastgelegd plan. De fiscale administratie aanvaardt de afschrijving van het terreengedeelte in een globale aankoopprijs niet. Je moet dus een splitsing maken tussen terrein en gebouw.

 

Rekening 23: Installaties, machines en uitrusting

Deze rekening groepeert de uitrusting die rechtstreeks betrokken is bij je productie- of exploitatieproces in rekening 23. Denk aan gereedschapsmachines, verpakkingsmachines, beveiligingsinstallaties, rolbruggen en professioneel gereedschap met een levensduur van meer dan één jaar. Het PCMN voorziet geen verplichte onderverdeling. Je organiseert je subrekeningen dus naar eigen behoefte.

Je boekt deze goederen aan hun aanschaffingswaarde of aan de kostprijs als je ze zelf vervaardigt. Ze zijn afschrijfbaar. Je kunt ook een herwaardering boeken als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

Voorbeeld

Je vennootschap koopt een machine voor 100.000 € excl. btw (btw 21 %). Ze schrijft dit actief lineair af over 10 jaar.

  • Aankoop: debet 231 (100.000 €) en debet 411 (21.000 €) / credit 440 (121.000 €).
  • Jaarlijkse afschrijving: debet 6302 (10.000 €) / credit 2391 (10.000 €).

 

Rekening 24: Meubilair en rollend materieel

Rekening 24 omvat kantoormeubilair, informaticamaterieel en voertuigen die je in je activiteit gebruikt (personenwagens, bestelwagens, trekkers, …).

Voor bestelwagens recupereer je de btw volledig. Voor gemengde niet-utilitaire voertuigen is de aftrek beperkt tot maximaal 50 %. De niet-aftrekbare btw wordt dan bij de aanschaffingswaarde van het goed gevoegd, overeenkomstig het KB van 29 april 2019.

 

Rekening 25: Vaste activa in leasing

Rekening 25 registreert goederen verworven via een contract van financiële leasing. Je bent er juridisch geen eigenaar van. Economisch gezien ben je dat wel: het goed staat dan ook op je actiefzijde (rekening 25). Als tegenhanger boek je een schuld aan de passiefzijde (rekening 172 voor het langetermijngedeelte, rekening 422 voor het kortetermijngedeelte).

Volgens het advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN 2015/4) moeten de te betalen bedragen het geïnvesteerde kapitaal volledig kunnen reconstitueren. Vervolgens schrijf je het goed af zoals elk ander materieel vast actief.

Voorbeeld

Je vennootschap neemt een bestelwagen in financiële leasing voor een gekapitaliseerde waarde van 40.000 €, waarvan 31.000 € op lange termijn en 9.000 € binnen het jaar terug te betalen.

  • Bij het afsluiten van het contract: debet 2521 (40.000 €) / credit 172 (31.000 €) en 422 (9.000 €).
  • Elke maandelijkse betaling wordt gesplitst in kapitaalaflossing (debet 172 of 422), intrest (debet 6500) en btw (debet 411).

 

Rekening 26: Overige materiële vaste activa

Rekening 26 groepeert de materiële activa die niet onder een van de voorgaande subklassen vallen. Je boekt hier onder meer als reserve aangehouden onroerende goederen (nog niet aan de exploitatie toegewezen), buiten gebruik gestelde goederen in afwachting van overdracht, onroerende goederen die worden verhuurd en inrichtingskosten van gehuurde goederen die niet rechtstreeks ten laste worden genomen.

Wanneer een goed de exploitatie verlaat, breng je het over van zijn oorspronkelijke rekening (23, 24 …) naar rekening 26, samen met de gecumuleerde afschrijvingen. Als de boekwaarde hoger is dan de vermoedelijke realisatiewaarde, boek je een uitzonderlijke afschrijving om beide waarden gelijk te trekken.

 

Rekening 27: Vaste activa in uitvoering en vooruitbetalingen

Rekening 27 omvat de materiële vaste activa waarvan de bouw of vervaardiging op de afsluitingsdatum nog niet voltooid is. Zolang het goed niet in gebruik is genomen, kun je het niet afschrijven. Het bestuursorgaan kan echter beslissen om al bij de boeking te starten met afschrijven, op voorwaarde dat dit in de toelichting wordt vermeld.

Er zijn twee situaties te onderscheiden. Ten eerste de investering uitgevoerd door derden: elke voorschotfactuur boek je als debet op rekening 2701. Ten tweede de investering die je vennootschap zelf uitvoert: je brengt de gemaakte kosten als debet over op rekening 2701 via rekening 7200 (Geproduceerde vaste activa). Zodra het goed klaar is en in gebruik wordt genomen, boek je het over naar de definitieve vaste-activarekening (22, 23, 24 …).

 

Rekening 28: Financiële vaste activa

Rekening 28 groepeert je deelnemingen, je vorderingen op verbonden ondernemingen en de daarmee verband houdende vorderingen. Op deze activa worden geen afschrijvingen geboekt. Je kunt echter een waardevermindering boeken als hun realisatiewaarde duurzaam onder de boekwaarde daalt. Daarnaast kun je een herwaarderingsmeerwaarde boeken op je deelnemingen (rekening 122 aan de passiefzijde), onder de voorwaarden bepaald in het KB van 29 april 2019.

 

Rekening 29: Vorderingen op meer dan één jaar

Rekening 29 omvat je handelsvorderingen en overige vorderingen met een looptijd van meer dan één jaar. Je neemt ze op aan de activazijde van de balans onder rubriek V. Op deze vorderingen worden geen afschrijvingen geboekt. Je kunt echter waardeverminderingen boeken als de inning ervan onzeker wordt.

 

Twijfel je over de boeking van je investeringen of de samenstelling van je balans? Maak een gratis afspraak met onze experts, ze helpen je graag verder 💬