- Waarom is de dubbele test verplicht in een bv?
- Nettoactieftest (solvabiliteit): hoe bereken en controleer je die?
- Liquiditeitstest: de komende 12 maanden in kaart brengen
- Taakverdeling tussen de AV en het bestuursorgaan
BILLY, de nummer 1 alles-in-één oplossing voor zelfstandigen
Afspraak makenDubbele liquiditeits- en solvabiliteitstest: praktische handleiding


Een dividend uitkeren in een bv beperkt zich niet tot het stemmen over de uitkering op de algemene vergadering. Sinds de inwerkingtreding van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is elke uitkering onderworpen aan een verplichte dubbele liquiditeits- en solvabiliteitstest. Dit mechanisme geldt bij elke uitkering, of het nu gaat om klassieke dividenden, tantièmes of terugbetalingen van inbrengen. Dit artikel legt uit hoe beide tests in de praktijk werken, hoe je ze berekent en wie daarvoor verantwoordelijk is.
- De dubbele liquiditeits- en solvabiliteitstest is verplicht vóór elke uitkering in een bv en in een cv;
- De nettoactieftest controleert of het eigen vermogen na de uitkering positief blijft;
- De liquiditeitstest garandeert dat de vennootschap haar schulden kan voldoen gedurende de 12 maanden na de uitkering;
- Het bestuursorgaan stelt een gemotiveerd verslag op ter validatie van beide tests;
- Bij niet-naleving riskeren de bestuurders persoonlijke aansprakelijkheid.
Waarom is de dubbele test verplicht in een bv?
Sinds de hervorming via het WVV heeft de bv geen wettelijk minimumkapitaal meer. Als compensatie heeft de wetgever versterkte bescherming voor schuldeisers ingevoerd. De dubbele uitkeringstest vormt daarin de centrale garantie.
Concreet kan geen enkele uitkering plaatsvinden als die de vennootschap in financiële moeilijkheden zou kunnen brengen. De artikelen 5:142 en 5:143 van het WVV definiëren de twee uit te voeren tests: de nettoactieftest (ook wel solvabiliteitstest genoemd) en de liquiditeitstest.
Deze verplichtingen gelden ook voor coöperatieve vennootschappen (cv). De nv daarentegen valt onder een afzonderlijk regime.
Nettoactieftest (solvabiliteit): hoe bereken en controleer je die?
Wat houdt deze test in?
De nettoactieftest controleert of het eigen vermogen van de vennootschap niet negatief is en dat ook niet zou worden na de beoogde uitkering. Hij controleert ook of het nettoactief niet onder het wettelijk of statutair onbeschikbare eigen vermogen daalt.
Berekeningsformule
Het nettoactief wordt als volgt berekend:
Nettoactief = Totaal actief – Voorzieningen – Schulden – Niet-afgeschreven oprichtingskosten – Niet-afgeschreven O&O-kosten
Dit resultaat stemt in de praktijk overeen met het eigen vermogen zoals dat in de boekhouding staat.
Op welke cijfers baseer je je?
Het bestuursorgaan kan zich baseren op de laatste goedgekeurde jaarrekening. Het kan ook een recentere tussentijdse financiële situatie gebruiken, wanneer de algemene vergadering de winst van het lopende boekjaar wil uitkeren.
Een bv sluit boekjaar 2024 af met een totaal actief van 500.000 €, voorzieningen van 20.000 €, schulden van 380.000 € en niet-afgeschreven oprichtingskosten van 5.000 €. Het nettoactief bedraagt dus 95.000 €. Het onbeschikbare eigen vermogen (wettelijke reserve, statutair geblokkeerde inbrengen) bedraagt 30.000 €. De maximale uitkering vóór het bereiken van die drempel is 65.000 €, op voorwaarde dat ook de liquiditeitstest wordt doorstaan.
Liquiditeitstest: de komende 12 maanden in kaart brengen
Doel van de test
De liquiditeitstest vormt een aanvulling op de eerste test door een prospectieve dimensie in te voeren. Hij is bedoeld om na te gaan of de vennootschap alle opeisbare schulden kan voldoen gedurende de 12 maanden na de uitkering.
Anders dan de nettoactieftest steunt hij niet op een gestandaardiseerde boekhoudformule. Hij vereist een projectie van de toekomstige kasstromen.
Hoe voer je die in de praktijk uit?
Het bestuursorgaan moet het volgende analyseren:
- de maandelijkse kasvooruitzichten over 12 maanden;
- de bancaire, fiscale (btw, bedrijfsvoorheffing) en sociale vervaldata (RSZ-bijdragen);
- de verwachte leveranciersbetalingen, met name niet-recurrente of seizoensgebonden stromen.
Wie voert elke test uit en op welk moment?
Beide tests worden niet door hetzelfde orgaan uitgevoerd, noch op hetzelfde moment.
De nettoactieftest valt onder de bevoegdheid van de algemene vergadering, op het moment dat zij beslist over de uitkering. De liquiditeitstest is de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en moet zijn doorstaan vóór de daadwerkelijke betaling van het dividend — wat later kan plaatsvinden.
Een bv beslist op de algemene vergadering een dividend toe te kennen, maar beschikt nog niet over voldoende liquiditeiten om het volledig uit te keren. Ze kan overgaan tot de toekenning zodra de liquiditeitstest ten minste de onmiddellijk verschuldigde roerende voorheffing dekt. De uitbetaling van het saldo aan de aandeelhouders wordt dan uitgesteld totdat de liquiditeitstest volledig is doorstaan.
Het bestuursorgaan stelt een gemotiveerd verslag op waarin het zijn aanpak en conclusies documenteert. Dit verslag wordt niet openbaar neergelegd, maar moet wel worden bewaard. Als de vennootschap een commissaris heeft, controleert die de coherentie van de gebruikte gegevens in zijn eigen verslag.
Taakverdeling tussen de AV en het bestuursorgaan
Wie beslist over de uitkering?
De beslissing om winst uit te keren behoort toe aan de algemene vergadering. De statuten kunnen het bestuursorgaan echter de bevoegdheid verlenen om de winst van het lopende boekjaar of het vorige boekjaar uit te keren als de jaarrekening nog niet is goedgekeurd.
Deze delegatie moet uitdrukkelijk in de statuten zijn opgenomen. Ze dekt niet de uitkering van gevormde reserves, wat een exclusieve bevoegdheid van de algemene vergadering blijft.
Wat is de rol van het bestuursorgaan?
De algemene vergadering valideert de nettoactieftest op het moment dat ze over de uitkering stemt. Het bestuursorgaan valideert vervolgens de liquiditeitstest vóór de betaling. Zonder deze tweede goedkeuring kan de uitbetaling niet plaatsvinden.
Sancties bij niet-naleving van de dubbele test
Persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders
Artikel 5:144 van het WVV voorziet in een hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders bij schending van de tests. Deze aansprakelijkheid ontstaat zodra zij wisten, of hadden moeten weten, dat de vennootschap haar schulden na de uitkering niet meer zou kunnen nakomen.
De gevolgen zijn ernstig:
- de uitgekeerde bedragen moeten worden terugbetaald, ook door aandeelhouders te goeder trouw;
- de bestuurders zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die aan schuldeisers wordt berokkend;
- bij een latere vereffening of een faillissement kunnen deze uitkeringen worden aangevochten.
Alarmbelprocedure
Als het bestuursorgaan vaststelt dat het nettoactief negatief is geworden of dat de liquiditeitstest niet zou worden doorstaan, moet het binnen twee maanden een algemene vergadering bijeenroepen. Die vergadering moet een herstelplan onderzoeken of de ontbinding van de vennootschap overwegen.
Het uitblijven van een bijeenroeping engageert de aansprakelijkheid van de bestuurders tegenover benadeelde derden. De dubbele liquiditeits- en solvabiliteitstest is veel meer dan een wettelijke formaliteit: het is een volwaardig financieel sturingsinstrument voor bestuurders van een bv. Vóór elke uitkering beschermt een rigoureuze prospectieve analyse zowel de vennootschap, haar schuldeisers als de bestuurders zelf.
Voor begeleiding bij deze procedure en bij de optimalisatie van je uitkeringsbeleid, maak een (gratis) afspraak met onze experts 💬


