BILLY, de nummer 1 alles-in-één oplossing voor zelfstandigen
Afspraak makenInterimaire dividenden en voorschot op dividend: uitleg


Als bestuurder-aandeelhouder van een vennootschap hoef je niet te wachten op de jaarlijkse algemene vergadering om een dividend te ontvangen. Je kunt een dividend uitkeren in de loop van het boekjaar, via twee afzonderlijke mechanismen: het interim-dividend en het voorschot op dividend. Het verschil begrijpen tussen deze twee instrumenten is essentieel, want hun voorwaarden, berekeningsgrondslagen en beslissingsorganen lopen uiteen.
- Het gewone dividend wordt één keer per jaar beslist, tijdens de jaarlijkse algemene vergadering.
- Het interim-dividend steunt op de beschikbare reserves en de overgedragen winst van afgesloten boekjaren.
- Het voorschot op dividend maakt het mogelijk de winst van het lopende boekjaar op te nemen in de uitkeerbare basis.
- Deze twee mechanismen laten toe om onder bepaalde voorwaarden een jaar eerder van het verlaagde VVPR-bis-tarief te genieten.
- Vóór elke uitkering moeten de liquiditeits- en netto-activatestest worden doorstaan.
Interim-dividend en voorschot op dividend: twee instrumenten, twee logica’s
Het gewone dividend: de jaarlijkse uitkering na afsluiting
Elk jaar beslist de gewone algemene vergadering (GV) over de bestemming van het resultaat van het afgelopen boekjaar. De aandeelhouders kunnen kiezen om de winst in reserve te houden of uit te keren als dividend.
Dit is het meest voorkomende geval, maar ook het meest vertraagde: de uitkering vindt pas plaats na de afsluiting van de rekeningen en de goedkeuring door de algemene vergadering, vaak 5 tot 6 maanden na het einde van het boekjaar.
Wat is een interim-dividend?
Een interim-dividend is een uitkering die in de loop van het boekjaar wordt gedaan door een buitengewone algemene vergadering (BAV), die specifiek daarvoor wordt bijeengeroepen. Het heeft uitsluitend betrekking op bedragen die reeds zijn vastgesteld in de laatste goedgekeurde jaarrekeningen:
- de overgedragen winst;
- de beschikbare reserves (exclusief de wettelijke reserve en statutair onbeschikbare reserves).
De winst van het lopende boekjaar kan nooit worden opgenomen in de basis van een interim-dividend. Dat is het fundamentele verschil met het voorschot op dividend.
Wat is een voorschot op dividend?
Het voorschot op dividend maakt het mogelijk om op voorhand de winst van het lopende boekjaar (of van het vorige boekjaar als de AV de rekeningen nog niet heeft goedgekeurd) uit te keren, evenals de overgedragen winst uit de laatste goedgekeurde jaarrekeningen. De beschikbare reserves kunnen niet als uitkeringsgrondslag dienen.
Het bestuursorgaan neemt deze beslissing, op voorwaarde dat de statuten dit uitdrukkelijk voorzien. In een bv kan de algemene vergadering eveneens een uitkering in de loop van het boekjaar besluiten, zonder dat de statuten dit expliciet voorzien.
Vergelijkende tabel: interim-dividend vs voorschot op dividend
| Criterium | Tussentijds dividend | Voorschot op dividend |
|---|---|---|
| Beslissingsorgaan | Buitengewone algemene vergadering | Bestuursorgaan (statuten vereist) of BAV in een bv |
| Uitkeringsbasis | Overgedragen winst + beschikbare reserves | Winst lopend boekjaar + overgedragen winst |
| Beschikbare reserves | ✔️ Ja | ❌ Nee |
| Winst lopend boekjaar | ❌ Nee | ✔️ Ja |
| Tussentijdse balans | ❌ Niet vereist | ✔️ Verplicht (≤ 2 maanden) |
| Voorzien in de statuten | ❌ Nee | ✔️ Ja (indien beslissing van het bestuursorgaan) |
| Dubbele test verplicht | ✔️ Ja | ✔️ Ja |
Je vennootschap sluit af op 31 december. Op 1 januari 2025 is de boekhoudkundige situatie als volgt:
- Overgedragen winst: 20.000 €
- Beschikbare reserves: 8.000 €
- Geschat resultaat 2025 (lopend): 10.000 €
In september 2025 wil je een dividend uitkeren:
Via een interim-dividend: je kunt tot 28.000 € uitkeren (overgedragen winst + beschikbare reserves). De 10.000 € winst van 2025 zijn niet beschikbaar.
Via een voorschot op dividend: je kunt tot 30.000 € uitkeren (overgedragen winst + geschatte winst 2025 op de datum van de tussentijdse balans). De beschikbare reserves zijn niet inbegrepen.
De dubbele test: een verplichting bij elke uitkering
Ongeacht het gekozen mechanisme, voer altijd de twee tests uit vóór elke uitkering.
De AV voert de netto-activatest uit voordat over de uitkering wordt gestemd: het netto-actief van de vennootschap mag niet negatief worden. Het bestuursorgaan voert vervolgens de liquiditeitstest uit vóór de betaalbaarstelling: het bevestigt dat de vennootschap haar schulden gedurende de volgende 12 maanden zal kunnen betalen.
Welke roerende voorheffing is van toepassing op deze dividenden?
Het type uitkering (gewoon, interim of voorschot) heeft geen directe invloed op het toepasselijke tarief van de roerende voorheffing. Wat telt, is de oorsprong van de uitgekeerde middelen en de naleving van de voorwaarden van elk fiscaal stelsel.
Het standaardtarief bedraagt 30 %. Twee stelsels laten een verlaagd tarief toe:
- het VVPR-bis-stelsel, waarmee je tot 15 % kunt dalen (tarief van toepassing tot 30 juni 2026, daarna 18 % vanaf 1 juli 2026);
- de liquidatiereserve, met een tarief van 9,8 % vanaf 1 juli 2026 na de wachttermijn van 3 jaar.
Interim-dividend en voorschot: hoe win je een jaar op het VVPR-bis?
Dit is één van de belangrijkste voordelen van deze twee mechanismen. Als je een dividend uitkeert in de loop van het boekjaar in plaats van na de jaarlijkse AV, kun je een jaar eerder van het verlaagde VVPR-bis-tarief genieten.
Een vennootschap wordt opgericht in 2023 (afsluiting van het 1e boekjaar: 31/12/2023) en geeft recht op het VVPR-bis-tarief van 15 % vanaf het 3e boekjaar na de oprichting, dus vanaf 2026.
Zonder specifieke actie zou de gewone AV van mei 2027 de winst van 2023 tot 2026 uitkeren, een jaar later dan noodzakelijk.
Door een BAV bijeen te roepen vóór 1 juli 2026 keert de vennootschap een interim-dividend uit op de winst van 2023, 2024 en 2025 (na goedkeuring van de rekeningen 2025) tegen het verlaagde tarief van 15 %. Ze wint zo een jaar en profiteert van het tarief van 15 % dat op 1 juli 2026 verdwijnt.
Als de vennootschap de BAV daarentegen na 1 juli 2026 bijeenroept, stijgt het VVPR-bis-tarief naar 18 % door de inwerkingtreding van de programmawet. De uitkering blijft mogelijk, maar tegen een hogere fiscale kost.
Om de meest geschikte strategie voor jouw situatie te bepalen, is deskundige begeleiding onmisbaar. Maak een (gratis) afspraak met onze experts, zij analyseren jouw situatie en begeleiden je stap voor stap 💬


