Wanneer een vennootschap dividenden uitkeert, bedraagt de roerende voorheffing in principe 30 %. Het VVPR-bis-regime biedt kleine vennootschappen een fiscaal voordeligere oplossing. Binnen het bredere kader van de dividendbelasting is het een van de belangrijkste instrumenten om de winstuitkering te optimaliseren en geld uit je vennootschap te halen. De programmawet die afgelopen nacht werd goedgekeurd, brengt echter belangrijke wijzigingen met zich mee die je moet kennen vóór je een beslissing neemt.

Samenvatting
  • Via VVPR-bis kunnen kleine vennootschappen dividenden uitkeren met een verlaagde roerende voorheffing;
  • Er gelden vier voorwaarden: kleine vennootschap, aandelen uitgegeven na 1 juli 2013, volledig volgestorte inbreng in geld en aandelen ononderbroken in volle eigendom;
  • Het tarief van 20 % voor de eerste twee jaar wordt afgeschaft door de Arizona-hervorming;
  • Vanaf het 3e jaar stijgt het tarief van 15 % naar 18 % vanaf 1 juli 2026;
  • Dividenden toegekend vóór 1 juli 2026 blijven onderworpen aan het tarief van 15 %: juni 2026 is het laatste moment om hiervan te profiteren.

 

VVPR-bis: wat houdt het precies in?

De afkorting VVPR-bis staat voor “Verlaagde Voorheffing / Précompte Réduit Bis”. Het betreft een specifiek fiscaal regime waarmee bepaalde kleine vennootschappen dividenden kunnen uitkeren tegen een verlaagd tarief van roerende voorheffing.

Zonder dit regime betaal je als aandeelhouder 30 % roerende voorheffing op de dividenden die je van je vennootschap ontvangt. Met VVPR-bis daalt dat tarief naar 15 % vanaf het derde jaar na de uitgifte van de aandelen. Vanaf 1 juli 2026 stijgt dit tarief naar 18 %.

Goed om te weten
Elk jaar blijft een schijf van 833 € aan dividenden vrijgesteld van roerende voorheffing. Deze vrijstelling geldt ongeacht het VVPR-bis-regime.

 

Wat zijn de 4 voorwaarden voor VVPR-bis?

Om van het verlaagde tarief te kunnen genieten, moet je vennootschap op het moment van de beslissing tot uitkering gelijktijdig aan vier voorwaarden voldoen.

1. Kleine vennootschap zijn

Je vennootschap moet voldoen aan de wettelijke definitie van kleine vennootschap in de zin van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen. Deze beoordeling gebeurt elk jaar, op het moment van de uitkeringsbeslissing.

2. Aandelen uitgegeven na 1 juli 2013

De aandelen die recht geven op VVPR-bis moeten zijn uitgegeven naar aanleiding van een inbreng in geld na 1 juli 2013. Dit geldt zowel bij de oprichting van de vennootschap als bij een latere kapitaalverhoging.

3. Een volledig volgestorte inbreng in geld

Het kapitaal moet in geld zijn ingebracht (niet in natura) en volledig volgestort zijn. Een gedeeltelijk volgestort kapitaal geeft geen recht op het regime.

4. Aandelen ononderbroken in volle eigendom

De aandelen moeten sinds hun uitgifte ononderbroken in volle eigendom gehouden worden door dezelfde persoon. Bij overdracht verliezen ze definitief hun VVPR-bis-statuut.

Belangrijk
Aandelen verliezen definitief hun recht op VVPR-bis wanneer ze worden overgedragen aan een andere persoon. Er zijn twee uitzonderingen: schenking en erfopvolging in rechte lijn of tussen echtgenoten. In beide gevallen behouden de aandelen hun VVPR-bis-statuut.

 

Welk tarief van roerende voorheffing is van toepassing?

 

Regime vóór de Arizona-hervorming

Vóór de hervorming bestonden er twee tarieven, afhankelijk van de ouderdom van de aandelen op het moment van uitkering. Dividenden uitgekeerd bij de winstverdeling van het 2e jaar na de oprichting van de aandelen waren onderworpen aan een roerende voorheffing van 20 %. Vanaf het 3e jaar na de oprichting daalde het tarief naar 15 %.

Dit regime met twee tarieven blijft van toepassing op dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vóór 1 juli 2026.

 

Wat verandert de Arizona-hervorming vanaf juli 2026?

De programmawet van 29 mei 2026 wijzigt het VVPR-bis-regime op twee essentiële punten.

Ten eerste wordt het tarief van 20 % voor de eerste twee jaar afgeschaft. Geen enkele uitkering geniet nog van een verlaagd tarief vóór het 3e jaar na de uitgifte van de aandelen.

Ten tweede stijgt het tarief van 15 % naar 18 %. Deze verhoging geldt voor dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 juli 2026. Ze is van toepassing op alle uitkeringen, ook die van vennootschappen opgericht vóór 2026.

Wist je dat?
De Arizona-hervorming brengt de fiscale behandeling van VVPR-bis in lijn met die van de liquidatiereserve. Voor reserves aangelegd vanaf 31 december 2025 stijgt het tarief van de roerende voorheffing van 6,5 % naar 9,8 %, wat neerkomt op een totale effectieve belasting van 18 %. Beide verhogingen treden in werking op 1 juli 2026. Het relatieve voordeel tussen beide regimes blijft dus vergelijkbaar.

 

Overzicht van de VVPR-bis-tarieven per situatie

SituatieTarief vóór hervormingTarief na hervorming
Oprichtingsjaar en het daaropvolgende jaar30 %30 %
2e jaar na oprichting20 %30 %
Vanaf het 3e jaar na oprichting15 %18 %

Een concreet voorbeeld maakt de financiële impact van deze wijziging duidelijk.

Voorbeeld

Vennootschap die 20.000 € dividend uitkeert: aan het huidige tarief van 15 % bedraagt de ingehouden roerende voorheffing 3.000 €. Aan het nieuwe tarief van 18 % stijgt dit naar 3.600 €. Het verschil bedraagt 600 € extra belastingdruk per jaar voor de aandeelhouder.

 

⚠️ Dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vóór 1 juli 2026 blijven onderworpen aan het tarief van 15 %. Juni 2026 is dus het laatste moment voor vennootschappen die aan de VVPR-bis-voorwaarden voldoen en nog willen uitkeren aan het huidige verlaagde tarief.

 

Vanaf wanneer kan je uitkeren aan het verlaagde tarief?

 

Uitkering via een gewone AV

Dit is vaak de vraag die de meeste verwarring veroorzaakt. De telling is niet gebaseerd op de oprichtingsdatum van de vennootschap, maar op de afsluiting van de boekjaren na de uitgifte van de aandelen.

Voor een vennootschap die in de loop van het jaar wordt opgericht, is het eerste boekjaar vaak onvolledig. Dit onvolledig boekjaar telt desondanks als het eerste boekjaar voor de VVPR-bis-telling.

In de praktijk vindt de eerste uitkering aan het verlaagde tarief bij de gewone AV plaats ongeveer 4 jaar na de oprichting. Deze logica geldt ook bij een latere kapitaalverhoging. De nieuwe aandelen uitgegeven bij die verhoging starten hun eigen telling van 3 jaar, onafhankelijk van de oorspronkelijke aandelen.

 

Kan je de uitkering aan het verlaagde tarief vervroegen?

Ja. Een interimdividend of voorschot op dividend laat toe om in de loop van het boekjaar uit te keren, vóór de afsluiting van het 3e boekjaar, als de VVPR-bis-voorwaarden op dat moment vervuld zijn. Zo kan je het verlaagde tarief al in jaar 3 toepassen, zonder te wachten op de gewone AV van jaar 4.

Voorbeeld

Een bv wordt opgericht op 1 oktober 2025. Het eerste boekjaar sluit af op 31 december 2025.

BoekjaarPeriodeVVPRbis-uitkering mogelijkToepasselijk tarief
Oprichtingsjaar01/10/2025 → 31/12/2025Nee30 %
1ste jaar na oprichting01/01/2026 → 31/12/2026Nee30 %
2de jaar na oprichting01/01/2027 → 31/12/2027Nee30 %
3de jaar na oprichting01/01/2028 → 31/12/2028Ja, via voorschot op dividend of tussentijds dividend18 %
Gewone AV 2029Resultaatverwerking 2028Ja18 %

Zonder vervroegde uitkering moet de vennootschap wachten tot de gewone AV van 2029 om aan het verlaagde tarief uit te keren. Door een voorschot op dividend uit te keren in de loop van boekjaar 2028, kan ze het verlaagde tarief al in 2028 toepassen.

 

Onthoud
Het interimdividend en het voorschot op dividend zijn instrumenten die je best bespreekt met je accountant. De toepassing ervan brengt specifieke voorwaarden en formaliteiten met zich mee, waaronder de verificatie van de financiële situatie van de vennootschap.

 

VVPR-bis of liquidatiereserve: wat zijn de verschillen?

Beide regimes laten een uitkering aan verlaagd tarief toe, maar ze werken op twee essentiële punten anders.

Met VVPR-bis kan je, eenmaal het 3e boekjaar bereikt is, elk jaar rechtstreeks dividenden uitkeren aan het verlaagde tarief, zonder extra wachttijd. Het is een soepel en terugkerend mechanisme.

Bij de liquidatiereserve werkt het anders. De vennootschap legt eerst een reserve aan door een afzonderlijke aanslag van 10 % te betalen. Ze kan die reserve vervolgens uitkeren door een roerende voorheffing van 9,8 % te betalen, maar pas na een wachttijd van 3 jaar tussen de aanleg van de reserve en de uitkering ervan. Die termijn begint opnieuw bij elke nieuw aangelegde reserve.

Goed om te weten
Als je wacht tot de vereffening van de vennootschap om de liquidatiereserve uit te keren, is de roerende voorheffing van 9,8 % niet verschuldigd. Alleen de afzonderlijke aanslag van 10 % die bij de aanleg werd betaald, blijft definitief verworven. Dit is het belangrijkste voordeel van de liquidatiereserve ten opzichte van VVPR-bis voor een aandeelhouder die overweegt zijn vennootschap op termijn te vereffenen en die vóór die tijd geen privéliquiditeiten nodig heeft.

 

De optimalisatie van dividenduitkeringen in je vennootschap vraagt een persoonlijke analyse. Maak een afspraak (gratis) met onze experten, zij bekijken je situatie en wijzen je de meest geschikte oplossing 💬