- Wat is de winstbestemming van een vennootschap?
- Optie 1: de winst overdragen
- Optie 2: toewijzen aan de liquidatiereserve
- Optie 3: een dividend uitkeren
BILLY, de nummer 1 alles-in-één oplossing voor zelfstandigen
Afspraak makenHoe wijs je de winst toe in een vennootschap: overdracht, uitkering of reserve?


Elk jaar sluit je vennootschap haar boeken af en beslist de algemene vergadering over de winstbestemming. Die beslissing is strategisch: ze bepaalt rechtstreeks hoeveel je uit je vennootschap kunt halen én hoe financieel solide ze blijft. Begrijpen hoe je de winst van je vennootschap bestemt, stelt je in staat een weloverwogen keuze te maken die aansluit bij je globale strategie om geld uit je vennootschap te halen.
- De algemene vergadering beslist elk jaar over de winstbestemming van de vennootschap;
- Er zijn vier hoofdopties: overdracht van het resultaat, liquidatiereserve, dividend of tantième;
- Elke uitkering is onderworpen aan wettelijke tests (netto-actief en, voor bv’s, liquiditeit);
- Elke optie heeft een andere fiscale behandeling: roerende voorheffing voor dividenden, personenbelasting voor tantièmes;
- Voordelige regelingen (VVPRbis, liquidatiereserve) laten toe de fiscale last te verlagen.
Wat is de winstbestemming van een vennootschap?
Aan het einde van elk boekjaar behaalt je vennootschap een nettoresultaat. Dat resultaat stemt overeen met de winst na vennootschapsbelasting. Het wordt opgeteld bij het eventuele overgedragen resultaat van vorige jaren, wat het totale te bestemmen bedrag vormt. De gewone algemene vergadering keurt de jaarrekening goed en beslist over die bestemming.
Er zijn vier hoofdopties. Ze kunnen binnen eenzelfde boekjaar worden gecombineerd. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de fiscale kenmerken van de vier opties.
| Opties | Onmiddellijke fiscale kost | Aftrekbaar voor de vennootschap | Onmiddellijke liquiditeiten | Sociale bijdragen |
|---|---|---|---|---|
| Overdracht | Geen | Nee | Nee | Nee |
| Liquidatiereserve | 10 % (afzonderlijke aanslag) | Nee | Nee | Nee |
| Dividend | 30 % of 15 % via VVPR-bis (RV) | Nee | Ja | Nee |
| Tantième | Sociale bijdragen + PB | Ja | Ja | Ja |
Optie 1: de winst overdragen
De overdracht is de eenvoudigste optie. De winst blijft in de vennootschap en versterkt het eigen vermogen. Ze verschijnt op de balans als “overgedragen winst” en blijft beschikbaar voor volgende boekjaren.
Deze optie is interessant als je vennootschap investeringen plant of haar liquiditeiten wil consolideren. Ze is ook geschikt als je wacht tot het VVPRbis-regime toegankelijk wordt.
Er zijn geen directe fiscale kosten. De keerzijde is dat het geld in de vennootschap geblokkeerd blijft tot een latere uitkeringsbeslissing.
Optie 2: toewijzen aan de liquidatiereserve
Kleine vennootschappen kunnen hun winst geheel of gedeeltelijk toewijzen aan een liquidatiereserve. De vennootschap betaalt op het moment van de aanleg een afzonderlijke aanslag van 10%. In ruil daarvoor is de latere uitkering fiscaal voordelig.
Bij de uitkering zijn er twee scenario’s:
- Bij de vereffening van de vennootschap: geen bijkomende roerende voorheffing. Totale fiscale kost: 10%;
- Tijdens het leven van de vennootschap: verlaagde roerende voorheffing van 6,5% na een wachttijd van 3 jaar (op het nettobedrag na de afzonderlijke aanslag), wat neerkomt op een totale last van 15%. Een wetsvoorstel voorziet dit tarief te verhogen naar 9,8%, ofwel 18% in totaal.
⚠️ De aanslag van 10% is definitief verloren als je vennootschap de reserve niet meer kan uitkeren (financiële moeilijkheden, faillissement, tests niet nageleefd). Het is dus af te raden een liquidatiereserve aan te leggen als de financiële gezondheid van je vennootschap onzeker is.
Een eerder aangelegde liquidatiereserve uitkeren
Als je vennootschap in een eerder boekjaar een liquidatiereserve heeft aangelegd, kun je beslissen deze uit te keren op de jaarlijkse algemene vergadering, zodra de wachttijd van 3 jaar verstreken is. Die uitkering is onderworpen aan de verlaagde roerende voorheffing van 6,5% en volgt dezelfde regels als hierboven beschreven.
Concreet betekent dit dat de algemene vergadering in de loop van eenzelfde boekjaar tegelijk kan beslissen om de winst van het lopende jaar toe te wijzen aan een nieuwe liquidatiereserve én een reserve uit te keren die minstens 3 jaar geleden werd aangelegd.
Optie 3: een dividend uitkeren
Het dividend wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, in verhouding tot hun participatie. Het brengt geen sociale bijdragen met zich mee voor de begunstigde en is niet aftrekbaar voor de vennootschap. Er zijn twee fiscale regelingen.
Gewoon dividend: roerende voorheffing van 30%
Het gewone dividend is onderworpen aan een roerende voorheffing van 30%, ingehouden aan de bron door de vennootschap. Elke aandeelhouder geniet een jaarlijkse vrijstelling op een eerste schijf van 833 € aan dividenden.
In de praktijk houdt de vennootschap de roerende voorheffing van 30% in op het volledige dividend op het moment van de uitkering. De aandeelhouder geeft dit dividend vervolgens aan in zijn personenbelastingaangifte het jaar daarop. Zo recupereert hij de betaalde voorheffing op de vrijgestelde schijf van 833 €, namelijk tot 249,90 €, ongeveer een jaar later.
Het loont dus om het minimumbedrag te berekenen dat nodig is zodat elke aandeelhouder zijn vrijgestelde schijf bereikt.
Geval 1: twee aandeelhouders 50/50 De vennootschap keert in totaal 1.666 € uit. Elke aandeelhouder ontvangt 833 € en recupereert 249,90 € roerende voorheffing via zijn aangifte personenbelasting. Definitieve fiscale last: nul.
Geval 2: twee aandeelhouders 90/10
Opdat de minderheidsaandeelhouder (10%) 833 € ontvangt, moet de vennootschap minimaal 8.330 € in totaal uitkeren. De meerderheidsaandeelhouder (90%) ontvangt dan 7.497 €. Hij recupereert 249,90 € voorheffing op zijn vrijgestelde schijf van 833 €, maar op de resterende 6.664 € is 30% roerende voorheffing van toepassing, ofwel een definitieve fiscale kost van 1.999 €. In dit geval is het niet noodzakelijk interessant om de uitkering op te drijven om de vrijgestelde schijf van de minderheidsaandeelhouder te dekken: het fiscale voordeel voor de minderheidsaandeelhouder (249,90 €) weegt lang niet op tegen de bijkomende fiscale kost van de globale uitkering.
VVPRbis-dividend: verlaagde roerende voorheffing van 15%
Aandeelhouders van kleine vennootschappen opgericht vanaf 1 juli 2013 kunnen gebruik maken van het VVPRbis-regime. Dit regime laat toe de roerende voorheffing te verlagen naar 15% (in plaats van 30%), onder bepaalde voorwaarden met betrekking tot inbrengen in geld en de ouderdom van de aandelen.
Dit tarief van 15% zou binnenkort stijgen naar 18% in het kader van de aangekondigde fiscale hervormingen. Uitkeringen vóór de inwerkingtreding van deze wijziging genieten nog het huidige tarief.
Optie 4: een tantième uitkeren
Het tantième wordt uitgekeerd aan bestuurders of zaakvoerders als erkenning voor hun werk. Het volgt een heel ander fiscaal traject dan het dividend. De vennootschap trekt het af als beroepskost, wat de belastbare grondslag voor de Ven.B. verlaagt. De begunstigde betaalt daarentegen sociale bijdragen en personenbelasting tegen het progressief tarief.
Concreet werkt het tantième precies zoals een bezoldiging, op één verschil na: het is aftrekbaar voor de vennootschap in boekjaar N-1 (het jaar van de balanssluiting), en belastbaar in de PB en onderworpen aan sociale bijdragen voor de bestuurder in jaar N (bij zijn persoonlijke belastingaangifte).
Welke voorwaarden moet je naleven vóór een uitkering?
Deze voorwaarden gelden voor elke vorm van uitkering: dividend, tantième of uitkering van een reeds aangelegde liquidatiereserve.
De netto-activatest: verplicht voor alle vennootschappen
Elke uitkering is onderworpen aan de netto-activatest, of je vennootschap nu een bv of een nv is. Deze test controleert of de uitkering de vennootschap niet verzwakt door haar eigen vermogen onvoldoende te maken. In de praktijk berekent je accountant het maximumbedrag dat je kunt uitkeren zonder de financiële structuur van de vennootschap in gevaar te brengen.
De dubbele test voor bv’s: netto-actief en liquiditeit
Bv’s moeten ook voldoen aan een liquiditeitstest. Het bestuursorgaan stelt een formeel verslag op waarin het beoordeelt of de vennootschap in staat zal blijven haar schulden te betalen gedurende een periode van 12 maanden na de uitkering.
Dit verslag brengt de aansprakelijkheid van de bestuurders in het geding. Een uitkering die de netto-activatest doorstaat maar de liquiditeit in gevaar brengt, kan hun persoonlijke of zelfs strafrechtelijke aansprakelijkheid in het gedrang brengen.
Hoe bestem je de winst van je vennootschap: welke keuze maak je?
Er bestaat geen universeel antwoord. Je persoonlijke situatie, de leeftijd van je vennootschap en je tijdshorizon zijn de drie doorslaggevende factoren. Hieronder vind je enkele concrete profielen om je te helpen je positie te bepalen.
Je vennootschap is ouder dan 3 jaar en voldoet aan de VVPRbis-voorwaarden
Dit is het meest gunstige geval voor een onmiddellijke uitkering. Je kunt je winst uitkeren als dividend met 15% roerende voorheffing (een tarief dat binnenkort kan stijgen naar 18%). Op 10.000 € uitgekeerde nettowinst ontvang je 8.500 € netto. Dit is een eenvoudige, snelle en fiscaal competitieve optie.
Je vennootschap is jonger dan 3 jaar
Het VVPRbis-regime is nog niet toegankelijk. Een dividend uitkeren kost je 30% roerende voorheffing. In dat geval zijn twee strategieën relevant.
- De winst nu al toewijzen aan de liquidatiereserve. Je betaalt vandaag 10% afzonderlijke aanslag, en kunt over 3 jaar uitkeren aan 6,5% (of binnenkort 9,8%).
- Het resultaat gewoon overdragen en wachten tot VVPRbis toegankelijk wordt.
Je nadert het pensioen en hebt niet onmiddellijk liquiditeiten nodig
Dit is het ideale profiel voor de liquidatiereserve. Elk jaar wijs je de winst toe aan deze reserve. Je betaalt jaar na jaar 10% afzonderlijke aanslag. Bij de vereffening van de vennootschap recupereer je de volledige reserve zonder bijkomende roerende voorheffing. De totale fiscale kost beperkt zich tot de reeds betaalde 10%, tegenover 30% (of 15% via VVPRbis) voor een dividend.
Je vennootschap voldoet niet aan de VVPRbis-voorwaarden
Sommige vennootschappen kunnen niet genieten van het VVPRbis-regime: oprichting vóór 1 juli 2013, inbreng in geld niet volledig volgestort, of aandelen niet door dezelfde aandeelhouder gehouden sinds hun uitgifte. In dat geval is de liquidatiereserve de meest voordelige optie om winst uit te keren. Ze laat toe de globale fiscale last terug te brengen tot 15% (of 10% bij vereffening), tegenover 30% voor een gewoon dividend.
Je bezoldiging is onvoldoende om het verlaagd tarief in de Ven.B. te genieten
Als je bij het opmaken van de balans vaststelt dat je bezoldiging de vereiste minimumdrempel niet bereikt, maar het verschil beperkt is, raden we aan een tantième uit te keren om het verschil te compenseren. Zo geniet je het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting, wat de fiscale kost van het tantième compenseert.
Als er na dit tantième nog winst overblijft, gelden de vorige gevallen: overdracht, VVPRbis-dividend of liquidatiereserve, afhankelijk van je situatie en tijdshorizon.
Onze accountants analyseren jouw situatie en helpen je de juiste keuze te maken bij de afsluiting van je balans. Maak een afspraak (gratis) met onze experts, zij begeleiden je in deze beslissing 💬

