BILLY, de nummer 1 alles-in-één oplossing voor zelfstandigen
Afspraak makenBTW-tarief 0%: niet verwarren met verlegging van heffing


Wanneer je als zelfstandige je BTW aangeeft, kom je soms verrichtingen tegen waarvoor geen belasting verschuldigd is. Van alle BTW-tarieven in België geldt het tarief van 0% slechts voor een zeer beperkt aantal goederen. Toch betekent dit niet dat je buiten het BTW-stelsel valt. Bovendien wordt dit tarief vaak – ten onrechte – verward met de verlegging van heffing. Beide mechanismen werken echter op een fundamenteel andere manier.
- Het BTW-tarief van 0% is een volwaardig tarief: je blijft BTW-plichtig en moet de betrokken verrichtingen aangeven;
- Het is van toepassing op dagbladen en tijdschriften (minimum 48 uitgaven per jaar), schroot, en tabak (BTW wordt geheven bij de productie);
- Advocaten passen dit tarief toe op vergoedingen ontvangen in het kader van juridische bijstand (BJB), op basis van administratieve tolerantie;
- Het recht op aftrek van BTW op je aankopen blijft intact;
- Dit tarief verschilt van de verlegging van heffing en van de vrijstelling.
Wat is het BTW-tarief van 0% precies?
Het BTW-tarief van 0% wordt vaak verkeerd begrepen. Factureren aan 0% is niet hetzelfde als factureren zonder BTW. Je blijft volledig BTW-plichtig.
Concreet moet je de belastbare grondslag vermelden in je periodieke BTW-aangifte, in rooster 00. Je behoudt ook je recht op aftrek van de BTW die je aan je leveranciers betaalt. Kortom: de handeling blijft belastbaar, maar het toepasselijke tarief is nul.
Dit tarief verschilt dus duidelijk van twee andere situaties. Enerzijds de verlegging van heffing, waarbij je de BTW doorlegt naar je klant. Anderzijds de vrijstelling op grond van artikel 44 van het BTW-Wetboek, waarbij je volledig buiten het stelsel valt en je recht op aftrek verliest.
Voor welke goederen en diensten geldt het BTW-tarief van 0%?
De lijst is bewust beperkt gehouden. Koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 bepaalt de in aanmerking komende categorieën op limitatieve wijze. In de praktijk zijn er drie grote categorieën die betrekking hebben op courante verrichtingen.
Dagbladen en tijdschriften
Het BTW-tarief van 0% is van toepassing op papieren periodieke publicaties die minstens 48 keer per jaar verschijnen. Dit omvat onder meer dagbladen en weekbladen met een hoge verschijningsfrequentie. Online publicaties vallen echter niet onder deze regeling.
Schroot en recuperatiematerialen
Recuperatiematerialen en -producten (schroot, gerecycleerd papier, …) vallen ook onder het BTW-tarief van 0%. Deze beleidskeuze is bedoeld om de recyclage- en recuperatiesector te stimuleren.
Tabak
Voor tabak int de overheid de BTW bij de productie. Bijgevolg geldt het tarief van 0% voor latere verkopen, aangezien de belasting al eerder werd voldaan.
| Categorie | Btw-tarief | Opmerking |
|---|---|---|
| Dagbladen / tijdschriften (≥ 48 uitgaven/jaar) | 0% | Niet voor online publicaties |
| Schroot en recuperatiematerialen | 0% | Stimuleert de recyclagesector |
| Tabaksfabrikaten | 0% | Btw geheven bij de fabricage |
Advocaten: het bijzondere geval van BJB-dossiers
Advocaten die optreden in het kader van de tweedelijnsjuridische bijstand (vroeger “pro deo” genoemd) genieten een bijzondere regeling. Op basis van administratieve tolerantie passen zij het BTW-tarief van 0% toe op de vergoedingen die zij ontvangen via het Bureau voor Juridische Bijstand (BJB).
Deze tolerantie geldt zowel voor volledige als gedeeltelijke juridische bijstand. Ze strekt zich ook uit tot vergoedingen voor eerstelijns juridische bijstand, via de Commissies voor Juridische Bijstand (CJB).
De advocaat blijft dus BTW-plichtig. Hij vermeldt de BJB-vergoedingen in rooster 00 van zijn periodieke aangifte en behoudt daarmee zijn recht op aftrek van de BTW op zijn beroepsaankopen.
Een advocaat ontvangt 375,88 € aan BJB-vergoedingen voor twee behandelde dossiers. Hij stelt zijn ereloonnota op aan het tarief van 0%. Hij vermeldt dit bedrag in rooster 00 van zijn driemaandelijkse BTW-aangifte en kan zo de BTW op zijn beroepskosten blijven aftrekken.
BTW-tarief van 0% of factureren zonder BTW: hoe onderscheid je beide?
Dit is een veelvoorkomende verwarring. In verschillende situaties stel je een factuur op zonder BTW te vermelden, maar de onderliggende mechanismen zijn fundamenteel verschillend. Hieronder vind je een duidelijk overzicht.
Het nultarief: je blijft binnen het stelsel
Met het BTW-tarief van 0% ben je BTW-plichtig, geef je aan en trek je af. De BTW is gewoon nul. Je factuur vermeldt het tarief (0%) en de belastbare grondslag staat in je aangifte.
De verlegging van heffing: de BTW is verschuldigd, maar door je klant
In het medecontractantenregime of bij intracommunautaire handelingen reken je geen BTW aan, omdat je klant die zelf verschuldigd is. Je vermeldt dan “verlegging van heffing” op de factuur. De BTW is dus niet nul: je klant draagt ze zelf af aan de staat. Je verliest je recht op aftrek dan ook niet.
De vrijstelling artikel 44: je valt buiten het stelsel
Medische en paramedische beroepen, onderwijs, verzekeringen en andere activiteiten die zijn opgesomd in artikel 44 van het BTW-Wetboek genieten een vrijstelling. Je rekent geen BTW aan, maar je kunt die ook niet aftrekken op je aankopen. Dit is dus de omgekeerde logica van het 0%-tarief: je bent niet langer opgenomen in het BTW-circuit.
De BTW-vrijstellingsregeling: je bent BTW-plichtig, maar je factureert zonder BTW
De BTW-vrijstellingsregeling is van toepassing op zelfstandigen waarvan de jaarlijkse omzet niet meer dan 25.000 € bedraagt. In dat geval pas je geen BTW toe op je facturen. Je kunt de BTW op je beroepsaankopen echter ook niet aftrekken. Anders dan bij het 0%-tarief geef je geen belastbare grondslag aan in een periodieke aangifte. Met andere woorden: je valt buiten het declaratieve BTW-circuit.
Een uitgever drukt en verkoopt dagbladen. Hij factureert aan het BTW-tarief van 0%. Hij blijft BTW-plichtig, geeft zijn verkopen aan in rooster 00 en vordert zo de BTW terug op zijn aankopen van inkt en papier.
Een kinesitherapeut oefent een vrijgestelde activiteit uit op grond van artikel 44. Hij rekent geen BTW aan zijn patiënten aan. Maar hij kan de BTW op zijn behandelingsmateriaal ook niet terugvorderen.
Een tegelzetter voert werken uit voor een BTW-plichtige vennootschap. Hij factureert in het medecontractantenregime en vermeldt “verlegging van heffing” op zijn factuur. De klant-vennootschap geeft de BTW aan en betaalt die zelf.
Deze onderscheiden zijn vooral nuttig wanneer je gemengde verrichtingen beheert of samenwerkt met klanten met een verschillende hoedanigheid.
Een vraag over het toepasselijke tarief voor jouw activiteiten? Maak een (gratis) afspraak met onze experts, zij analyseren jouw situatie samen met jou 💬


