Als zelfstandige financier je je activiteit liever met eigen middelen dan met langlopende leningen? De fiscale administratie beloont je daarvoor. Het belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen (art. 289bis WIB 92) biedt een fiscaal voordeel dat rechtstreeks verrekend wordt met je PB. Sinds 2026 heeft de wetgever dit voordeel verdubbeld: het is een van de weinige goede fiscale nieuwsberichten van de afgelopen maanden voor zelfstandigen.

Samenvatting
  • Het belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen beloont de zelffinanciering van je professioneel vermogen;
  • Vanaf aanslagjaar 2026 stijgt het tarief van 10 % naar 20 % en het plafond van 3.750 € naar 7.500 €;
  • Dit krediet werkt als een terugbetaling: als het hoger is dan je verschuldigde belasting, ontvang je het saldo terug;
  • Zowel hoofd- als bijberoepszelfstandigen komen in aanmerking; meewerkende echtgenoten zijn echter uitgesloten;
  • De aangifte verloopt via vak XIX van je PB-aangifte, samen met de opgave 276 J.

Belastingkrediet aangroei eigen middelen: wat houdt het in?

Dit stelsel bestaat al bijna dertig jaar, maar functioneerde lange tijd in de schaduw. Met een tarief van 10 % en een plafond van 3.750 € bleef het voordeel beperkt. Het gevolg: minder dan 0,01 % van de betrokken zelfstandigen maakte er effectief gebruik van.

De wet van 18 december 2025 (Belgisch Staatsblad van 30 december 2025) verandert de situatie. Vanaf aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025) worden de parameters verdubbeld:

ParameterVóór 2026Vanaf 2026
Tarief van het krediet10 %20 %
Plafond3 750 €7 500 €

Circulaire 2026/C/5 van 6 januari 2026 bevestigt deze inwerkingtreding. De structuur van het stelsel blijft ongewijzigd: alleen het rendement wordt versterkt.

Goed om te weten
Dit krediet is terugbetaalbaar. Als het berekende bedrag hoger is dan je verschuldigde belasting, betaalt de administratie het verschil terug. Dat maakt het bijzonder interessant voor startende of laagbelaste zelfstandigen.

 

Wie komt in aanmerking voor het belastingkrediet aangroei eigen middelen?

Zelfstandigen onder de PB: iedereen komt in aanmerking

Het belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen is bedoeld voor zelfstandigen die onderworpen zijn aan de PB en winsten (vak XVII) of baten (vak XVIII) aangeven. Je hoeft geen hoofdberoep uit te oefenen: ook een nevenactiviteit geeft recht op dit voordeel.

Bovendien maakt het niet uit of je inkomsten worden vastgesteld op basis van werkelijke kosten of forfaitair: dit heeft geen invloed op je recht op het krediet.

 

Wie is uitgesloten?

Meewerkende echtgenoten kunnen geen aanspraak maken op het krediet. Deze uitsluiting wordt in de praktijk vaak over het hoofd gezien, wat leidt tot weigeringen door de administratie.

Bestuurders die via een vennootschap werken, vallen evenmin onder dit mechanisme: het geldt uitsluitend voor zelfstandigen als natuurlijke persoon.

Goed om te weten
Als twee echtgenoten of wettelijk samenwonenden elk een zelfstandige activiteit uitoefenen, kunnen ze het krediet elk afzonderlijk opeisen op basis van hun eigen cijfers.

 

Hoe wordt het belastingkrediet aangroei eigen middelen berekend?

De logica van het mechanisme

Het krediet is gebaseerd op de netto-toename van je eigen professioneel vermogen. Concreet worden twee grootheden vergeleken op het einde van het belastbare tijdperk:

  • de fiscale waarde van je professionele vaste activa, d.w.z. de aanschaffingswaarde verminderd met de fiscaal aanvaarde afschrijvingen;
  • het bedrag van je professionele schulden op lange termijn (oorspronkelijke looptijd van meer dan één jaar).

Het verschil tussen deze twee grootheden vertegenwoordigt je eigen financiering. Als dit verschil hoger is dan op enig moment in de drie voorafgaande jaren, vormt het surplus de berekeningsbasis van het krediet.

Het belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen bedraagt 20 % van dit surplus, met een maximum van 7.500 €.

 

Bijzonder geval: startende zelfstandigen

Bij gebrek aan een historiek van drie jaar past de administratie een eenvoudige regel toe: de aangroei van eigen middelen stemt overeen met je eigen professioneel vermogen vanaf het eerste belastbare tijdperk. Je kunt dus al van het krediet gebruikmaken in je eerste activiteitsjaar, op voorwaarde dat je professionele activa niet volledig gefinancierd zijn met langlopende schulden.

 

Gemengd gebruik: het beroepsmatig percentage is van toepassing

Sommige goederen worden zowel beroepsmatig als privé gebruikt, zoals een wagen die voor 50 % beroepsmatig wordt aangewend. In dat geval telt alleen het beroepsmatig percentage mee in de berekening. Voor die wagen neem je dus 50 % van de netto fiscale waarde in aanmerking.

Dezelfde logica geldt voor de bijbehorende schuld: als een lening dit goed financiert, telt slechts 50 % van het resterende saldo mee in de berekening van de professionele schulden op lange termijn. Beide zijden van de vergelijking volgen hetzelfde gebruikspercentage.

Belangrijk
Het gehanteerde gebruikspercentage moet overeenkomen met het fiscaal aanvaarde percentage. Als de administratie dit percentage betwist bij een controle, wordt de berekeningsbasis van het krediet dienovereenkomstig verminderd.

Voorbeeld

Thomas is zelfstandig consultant. Eind 2025 bedraagt de fiscale waarde van zijn professionele vaste activa 50.000 € en zijn professionele schulden op lange termijn 20.000 €. Zijn nettoverschil bedraagt dus 30.000 €.

In de drie voorafgaande jaren heeft dit verschil nooit meer dan 22.000 € bedragen.

De aangroei van eigen middelen bedraagt 30.000 – 22.000 = 8.000 €.

Het belastingkrediet wordt als volgt berekend: 8.000 € x 20 % = 1.600 €. Thomas verrekent 1.600 € rechtstreeks met zijn PB 2026.

Merk op dat gronden zijn uitgesloten van de berekening, omdat ze niet afschrijfbaar zijn. Als je activiteiten uitoefent in meerdere landen, komen alleen de vaste activa en schulden die verband houden met je in België belastbare inkomsten in aanmerking.

 

Het belastingkrediet aangroei eigen middelen aangeven

Vak XIX en opgave 276 J

Het belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen wordt aangegeven in vak XIX, dat zich bevindt in deel 2 van je PB-aangifte. Twee documenten zijn verplicht om ervan te kunnen gebruikmaken:

  • de opgave 276 J, ingevuld, gedateerd en ondertekend, met de details van de berekening;
  • een attest van je sociaal verzekeringsfonds dat bevestigt dat je in orde was met je sociale bijdragen voor de betrokken periode.

Zonder deze twee documenten weigert de administratie het krediet. Deze formaliteit is niet onderhandelbaar.

 

Let op de proratering

Als je belastbare tijdperk geen volledig kalenderjaar bestrijkt (behalve bij overlijden), wordt het plafond van 7.500 € pro rata berekend. Als je je activiteit bijvoorbeeld op 1 juli 2025 bent gestart, wordt je plafond voor aanslagjaar 2026 gehalveerd.

Belangrijk
Zorg dat je de nodige bewijsstukken verzamelt vóór het begin van de aangifteperiode. Het attest van je sociaal verzekeringsfonds kan enkele weken op zich laten wachten.

 

Wat er veranderd is met de Arizona-hervorming

De Arizona-hervorming heeft de basiswerking van het belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen niet gewijzigd. Sinds 2026 zijn twee parameters verdubbeld: het tarief (van 10 % naar 20 %) en het plafond (van 3.750 € naar 7.500 €). Deze wijzigingen gelden vanaf aanslagjaar 2026, dus voor je inkomsten van het jaar 2025.

Bovendien blijft het krediet volledig terugbetaalbaar. Als het berekende bedrag hoger is dan je belasting, ontvang je het saldo als terugbetaling. Dat is een belangrijk punt, met name voor startende zelfstandigen of zelfstandigen met een lage belastingdruk.

Kort samengevat: dit mechanisme bestond al. Maar met deze verdubbeling is het voortaan de moeite waard om er aandacht aan te besteden.

 

Wil je weten of je in aanmerking komt voor het belastingkrediet voor de aangroei van eigen middelen? Maak een (gratis) afspraak met onze experts 💬