In het kader van je aangifte personenbelasting bundelt vak 9 de uitgaven met betrekking tot je hypothecaire lening en je individuele levensverzekering. Ze geven recht op een belastingvoordeel. Dit vak behoort tot de meest complexe onderdelen van de aangifte, omdat de regels variëren naargelang je gewest en de datum waarop je lening werd afgesloten. Dit artikel leidt je stap voor stap door vak 9 hypothecaire lening levensverzekering.

Samenvatting
  • Vak 9 is opgedeeld in twee delen: een gewestelijk deel (eigen woning) en een federaal deel (ander onroerend goed of niet-eigen woning);
  • Het toepasselijke belastingvoordeel hangt af van je fiscale gewest op 1 januari van het aanslagjaar en van de datum waarop de lening werd afgesloten;
  • Sinds 1 januari 2025 is de Waalse woonbonus niet meer van toepassing op nieuwe leningen afgesloten vanaf die datum;
  • Vanaf aanslagjaar 2026 werden verscheidene federale belastingvoordelen (federale woonbonus, gewone intrestaftrek, groene leningen) afgeschaft;
  • Je moet altijd de werkelijk betaalde bedragen aangeven; de fiscale administratie past de wettelijke plafonds zelf toe.

 

Stap 1: was de woning je eigen woning?

De eerste vraag die je jezelf moet stellen is eenvoudig: was de betrokken woning je eigen woning op het moment van de betalingen?

Zo ja: de uitgaven vallen onder Deel I (gewestelijk). Ga naar stap 2.

Zo nee: de uitgaven vallen onder Deel II (federaal). Ga rechtstreeks naar stap 5.

À retenir
Onder eigen woning wordt verstaan de woning die je persoonlijk bewoont als eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker. Slechts één woning kan op een bepaald moment die status hebben. Als je woning slechts een deel van het jaar je eigen woning was (bijvoorbeeld verhuurd vanaf 1 mei), verdeel je je uitgaven pro rata: het gewestelijke deel voor de maanden dat het je eigen woning was, het federale deel voor de overige maanden.

 

Stap 2: wat is je fiscaal gewest?

Je fiscale gewest is de plaats waar je fiscaal domicilie gevestigd is op 1 januari van het aanslagjaar. Voor aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025) telt je domicilie op 1 januari 2026, ongeacht waar het goed gelegen is.

Naargelang je gewest ga je naar de bijbehorende stap:

  • Je bent gedomicilieerd in Wallonië → stap 3a
  • Je bent gedomicilieerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest → stap 3b
  • Je bent gedomicilieerd in Vlaanderen → stap 3c

 

Stap 3a: je woont in het Waals Gewest

 

Wanneer werd je lening afgesloten?

Datum van de leningType voordeelAangiftecode
Vanaf 2025Geen gewestelijk voordeel/
2016 tot 2024Waalse woonbonus3324/4324 (vóór 2024) of 3338/4338 (2024)
2005 tot 2015Gewestelijke woonbonus3360/4360 + 3361/4361
Vóór 2005Langetermijnsparen / LTS3355/4355 of 3358/4358

Sinds 1 januari 2025 is de Waalse woonbonus niet meer van toepassing op leningen afgesloten vanaf die datum. Leningen afgesloten vóór 31 december 2024 blijven genieten van het vroegere stelsel.

 

Welke plafonds zijn van toepassing?

Voor leningen die recht geven op de woonbonus, zijn de maximaal aan te geven bedragen voor aanslagjaar 2026 als volgt, per persoon:

  • Basisbedrag: 2.290 €;
  • Verhoging als de woning op 31 december 2025 nog steeds je enige woning was: + 760 €;
  • Bijkomende verhoging als je op 1 januari van het jaar volgend op het afsluiten van de lening minstens 3 kinderen ten laste had: + 80 €.

Deze bedragen gelden per echtgenoot of wettelijk samenwonende die gemeenschappelijk belast wordt. Ga vervolgens naar stap 4.

 

Stap 3b: je woont in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

 

Wanneer werd je lening afgesloten?

Datum van de leningType voordeelAangiftecode
Vanaf 2017Geen gewestelijk voordeel/
2015 tot 2016Woonbonus3360/4360 + 3361/4361
2005 tot 2014Woonbonus3370/4370 + 3371/4371
Vóór 2005Langetermijnsparen / LTS3355/4355 of 3358/4358

 

Welke plafonds zijn van toepassing?

Voor leningen afgesloten vóór 2017 die nog recht geven op de woonbonus, zijn de maximale bedragen voor aanslagjaar 2026 als volgt, per persoon:

  • Basisbedrag: 3.010 €;
  • Verhoging als de woning op 31 december 2025 nog steeds je enige woning was: + 1.000 €;
  • Bijkomende verhoging als je op 1 januari van het jaar volgend op het afsluiten van de lening minstens 3 kinderen ten laste had: + 100 €.

Deze bedragen gelden per echtgenoot of wettelijk samenwonende die gemeenschappelijk belast wordt. Ga vervolgens naar stap 4.

 

Stap 3c: je woont in het Vlaams Gewest

 

Wanneer werd je lening afgesloten?

Datum van de leningType voordeelAangiftecode
Vanaf 2020Geen regionaal voordeel/
2016 tot 2019Geïntegreerde woonbonus3334/4334 + 3335/4335
2005 tot 2015Vlaamse woonbonus3360/4360 + 3361/4361
Vóór 2005Langetermijnsparen / LTS3355/4355 of 3358/4358

 

Welke plafonds zijn van toepassing?

Voor leningen afgesloten tussen 2016 en 2019 (geïntegreerde woonbonus) zijn de maximale bedragen voor aanslagjaar 2026 als volgt, per persoon:

  • Basisbedrag: 1.520 €;
  • Verhoging als de woning op 31 december 2025 nog steeds je enige woning was: + 760 €;
  • Bijkomende verhoging als je op 1 januari van het jaar volgend op het afsluiten van de lening minstens 3 kinderen ten laste had: + 80 €.

Voor leningen afgesloten vóór 2015 bedraagt het basisbedrag 2.280 € (de verhoging van 760 € is niet meer van toepassing sinds aanslagjaar 2025, aangezien deze leningen allemaal meer dan 10 jaar oud zijn).

Deze bedragen gelden per echtgenoot of wettelijk samenwonende die gemeenschappelijk belast wordt. Ga vervolgens naar stap 4.

 

Stap 4: hoe bereken je het aan te geven bedrag?

Als je de enige ontlener bent, geef je het totale bedrag aan van de intrestbetalingen en kapitaalaflossingen betaald in het jaar, begrensd tot het plafond van je gewest. Als je de lening samen met anderen hebt afgesloten, bereken je eerst je evenredig aandeel op basis van je eigendomsaandeel, en pas je daarna het plafond toe.

Exemple

Luc en Marie sloten samen een lening af in 2015. Elk zijn ze voor 50 % eigenaar. In 2025 betaalden ze 5.000 € intrest en 2.000 € kapitaalaflossingen, samen 7.000 €. Elk kan 3.500 € aangeven (7.000 × 50 %), steeds begrensd tot 2.290 € per persoon (Waals basisbedrag). De levensverzekeringspremies worden opgeteld vóór toepassing van het plafond.

Voor echtgenoten die gemeenschappelijk belast worden en beiden recht hebben op de gewestelijke woonbonus, nemen ze het totaal betaalde bedrag en kunnen ze dit vrij onderling verdelen, binnen de grenzen van het plafond per persoon.

 

Stap 5: de woning is niet je eigen woning (federaal)

 

Wat verandert er vanaf aanslagjaar 2026?

De wet van 18 december 2025 schafte verscheidene federale belastingvoordelen af. Concreet zijn de volgende elementen niet meer van toepassing vanaf aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025):

  • de gewone federale intrestaftrek (codes 1146/2146 afgeschaft);
  • de belastingvermindering voor intrest op groene leningen (code 1143 afgeschaft);
  • de belastingvermindering voor bijkomende intrestbetalingen;
  • de federale belastingvermindering voor het langetermijnsparen;
  • de federale woonbonus (codes 1370/2370 en 1371/2371 afgeschaft).

Daardoor zijn intrestbetalingen fiscaal niet meer aftrekbaar vanaf aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025), ongeacht de datum waarop de lening werd afgesloten. Ze blijven wel aftrekbaar als beroepskosten als het gebouw beroepsinkomsten genereert. In dat geval neem je ze op in de resultatenrekening van je zelfstandige activiteit (deel 2 van de aangifte).

Important
De afschaffing van de intrestaftrek geldt voor alle lopende leningen, ongeacht de datum van afsluiting. De vermindering voor langetermijnsparen op het kapitaal (codes 1358/2358) blijft daarentegen mogelijk voor leningen afgesloten vóór 1 januari 2024, binnen de wettelijke grenzen. Voor leningen afgesloten vanaf 2024 is er evenmin nog een federaal voordeel op het kapitaal van toepassing.

 

Het federale langetermijnsparen

Als je lening dateert van vóór 1 januari 2024, kan je nog steeds gebruikmaken van de federale vermindering voor langetermijnsparen op de kapitaalaflossingen, aan het vaste tarief van 30 %, via de codes 1358/2358.

Het aftrekbare bedrag is niet het totale terugbetaalde kapitaal in het jaar. Het is beperkt tot het gedeelte dat overeenstemt met de eerste schijf van de lening, dat wil zeggen een wettelijk plafond bepaald op basis van het jaar waarin de lening werd afgesloten. Als je lening dit plafond overschrijdt, kan je slechts een evenredig deel van je aflossingen aangeven, volgens de formule: (wettelijk plafond van het jaar van afsluiting / totaal geleend bedrag) × kapitaalaflossingen betaald in het jaar.

À savoir
De volledige tabel van de plafonds per jaar van afsluiting is rechtstreeks beschikbaar in Tax-on-web, door op het kleine 📝 informaticaatje te klikken naast het betrokken veld in vak 9.
Exemple

De heer Dupont is alleenstaand zonder kinderen ten laste. Hij is eigenaar van een woning die hij niet zelf bewoont (zijn eigen woning bevindt zich elders). Hij sloot op 1 juni 2010 een lening af van 104.115 €. Voor een lening afgesloten in 2009-2010 bedraagt het geïndexeerde wettelijke plafond 69.220 €. In de loop van 2025 loste hij 4.300 € kapitaal af. Het aan te geven bedrag bij code 1358 is: (69.220 / 104.115) × 4.300 = 2.858,80 €. Het saldo van de aflossingen geeft geen recht op enig belastingvoordeel.

 

Als je lening dateert van 1 januari 2024 of later, is er geen federaal belastingvoordeel meer van toepassing, noch op de intrestbetalingen, noch op het kapitaal.

 

De premies van de individuele levensverzekering

De premies van een levensverzekering gekoppeld aan je hypothecaire lening volgen hetzelfde stelsel als de kapitaalaflossingen van die lening, met dezelfde codes en dezelfde plafonds. Als de levensverzekering echter dient om een lening te waarborgen of weder samen te stellen die afgesloten werd vanaf 1 januari 2024 voor een niet-eigen woning, kan ze niet langer in aanmerking komen voor de federale vermindering voor langetermijnsparen.

Bovendien kunnen premies van een levensverzekering die niet gekoppeld is aan een lening ook recht geven op de federale vermindering voor langetermijnsparen, via codes 1353/2353 (contracten vanaf 1989) of 1354/2354 (vóór 1989).

Vermeld altijd het contractnummer en de naam van de verzekeraar in je aangifte.

À savoir
In de meeste gevallen volstaat het terugbetaalde kapitaal op de hypothecaire lening al om het toepasselijke plafond (gewestelijk of federaal) te bereiken. Het aangeven van de levensverzekeringspremies levert dan geen extra belastingvoordeel op. Bovendien zullen de voordelen uit het contract (kapitaal, afkoopwaarde of rente) onderworpen zijn aan de taks op het langetermijnsparen of aan de personenbelasting als je een belastingvoordeel geniet voor aangegeven premies. Dat zijn vaak twee goede redenen om de premies niet te vermelden.

 

Te bewaren documenten

Om je aangifte te kunnen staven, moet je de volgende documenten ter beschikking houden van de fiscale administratie:

  • het attest 281.61 afgeleverd door je kredietinstelling (intrest en aflossingen betaald in het jaar);
  • het uniek basisattest van de lening;
  • het attest 281.62 van je verzekeringsmaatschappij (premies betaald in het jaar);
  • het bewijs van de effectieve betaling van de aangegeven bedragen.

Al een paar jaar worden de attesten 281.61 en 281.62 automatisch in je MyMinfin-dossier opgeladen, rechtstreeks doorgestuurd door de banken en verzekeraars.

 

Vak 9 van je aangifte personenbelasting correct invullen vereist dat je je gewest, de datum van je lening en de status van je woning bepaalt. Als je situatie complex is (meerdere leningen, woning deels bewoond, verhuis in de loop van het jaar), kan persoonlijke begeleiding je dure vergissingen besparen. Maak een afspraak (gratis) met onze experts, ze helpen je graag verder 💬