In je aangifte personenbelasting bundelt vak 7 al je roerende inkomsten. Dividenden, intresten, auteursrechten of inkomsten uit de verhuur van roerende goederen: elk type inkomen heeft zijn eigen aangifteregels. Dit artikel loodst je stap voor stap door vak 7 roerende inkomsten, als aanvulling op de algemene gids over de belastingaangifte.

Samenvatting
  • Vak 7 omvat vier grote categorieën: inkomsten uit kapitalen (dividenden, intresten), inkomsten uit de verhuur van roerende goederen, lijfrenten en auteursrechten;
  • Sommige inkomsten zijn facultatief aan te geven (bevrijdende roerende voorheffing reeds ingehouden); andere zijn verplicht;
  • De eerste 833 € aan gewone dividenden is vrijgesteld per belastingplichtige voor aanslagjaar 2026;
  • De eerste schijf van 1.020 € aan intresten op gereglementeerde spaarrekeningen is vrijgesteld per belastingplichtige;
  • Auteursrechten worden belast aan 15 % en moeten altijd worden aangegeven, ook als er al roerende voorheffing werd ingehouden.

 

Wie moet vak 7 roerende inkomsten invullen?

Elke belastingplichtige die inkomsten ontvangt uit kapitalen of roerende goederen moet deze in principe vermelden in dit vak. Het kan gaan om intresten op een bankrekening, dividenden uit aandelen, huurinkomsten voor ter beschikking gesteld materiaal, of vergoedingen voor auteursrechten.

Echtgenoten en wettelijk samenwonenden die samen worden belast, volgen een duidelijke regel. Inkomsten die deel uitmaken van het eigen vermogen van één van beide partners, worden volledig op naam van die persoon aangegeven. Alle overige roerende inkomsten worden voor de helft door elk van beiden aangegeven.

À savoir
Naar Belgisch burgerlijk recht maken de inkomsten uit eigen goederen van echtgenoten gehuwd onder het wettelijk stelsel deel uit van het gemeenschappelijk vermogen. Deze inkomsten moeten dus elk voor de helft worden aangegeven, ook al zijn ze afkomstig van een eigen goed.

De aangifte van roerende inkomsten valt onder een federale rubriek. De regels gelden dus op dezelfde manier in de drie gewesten van het land.

 

Rubriek A: inkomsten uit kapitalen (dividenden en intresten)

 

Facultatieve aangifte: wanneer de voorheffing al werd ingehouden

Op de meeste dividenden en intresten werd al roerende voorheffing (RV) ingehouden aan de bron. In dat geval is de aangifte facultatief. Je bent niet verplicht om ze op te nemen in je aangifte. Je kan er echter voor kiezen dat toch te doen als het voor jou voordelig is (bijvoorbeeld als je globaal inkomen laag is en je de voorheffing geheel of gedeeltelijk kan terugvorderen). Geef dan het ontvangen nettobedrag aan.

Het ingehouden voorheffingstarief bepaalt welke code je gebruikt:

Tarief van de RV ingehoudenAangiftecode (aanslagjaar 2026)
30 %1160/2160
20 %1161/2161
15 %1162/2162
6,5 %1163/2163 (liquidatiereserves WPRbis)
5 %1436/2436
Important
Het ingehouden voorheffingstarief staat normaal op het inningsborderel of op het bankafschrift. Bewaar dit document om het ter beschikking te kunnen stellen van de fiscale administratie.

 

Vrijstelling van 833 € op gewone dividenden

Gewone dividenden genieten een individuele vrijstelling van 833 € per belastingplichtige voor aanslagjaar 2026. Elke echtgenoot of wettelijk samenwonende heeft recht op zijn eigen vrijstelling.

À retenir
  • Het jaar dat in aanmerking wordt genomen is het jaar van toekenning van het dividend, dat wil zeggen de datum van de algemene vergadering die de uitkering beslist, en niet het jaar van het boekjaar. Een dividend dat beslist werd op de AV van mei 2025 over de balans 2024 valt dus onder de inkomsten van 2025.
  • Het aan te geven bedrag bij code 1437/2437 is niet automatisch 249,90 €. Het stemt overeen met de effectief ingehouden voorheffing op de eerste schijf van 833 €. Als het toegepaste tarief 15 % bedroeg (bijv. VVPR-bis-regime), beperkt het terugvorderbare bedrag zich tot 124,95 €.
  • Bij een dividend dat verdeeld wordt over meerdere aandeelhouders, bereken je jouw aandeel op basis van jouw quote in de vennootschap om de terugvorderbare voorheffing te bepalen.

Voorbeeld

Je ontvangt 1.000 € bruto aan dividenden via een Belgische financiële tussenpersoon, met inhouding van roerende voorheffing (RV) van 30 %. De voorheffing werd correct ingehouden aan de bron op het geheel. Om de RV op de vrijgestelde 833 € terug te vorderen, geef je dit bedrag aan bij code 1437/2437. De administratie betaalt je dit terug via je aanslagbiljet.

 

Deze vrijstelling geldt niet voor dividenden uitgekeerd via juridische constructies, instellingen voor collectieve belegging of gemeenschappelijke beleggingsfondsen.

 

Verplichte aangifte: wanneer geen voorheffing werd ingehouden

Sommige inkomsten uit kapitalen werden niet onderworpen aan bronheffing. De aangifte ervan is dan verplicht. Het gaat met name om dividenden en intresten van buitenlandse oorsprong die rechtstreeks in het buitenland werden ontvangen, zonder tussenkomst van een Belgische tussenpersoon.

Deze inkomsten worden vermeld bij code 1444/2444 (tarief van 30 %) na aftrek van de vrijstelling van 833 € voor gewone dividenden.

 

Vrijstelling van 1.020 € op gereglementeerde spaarrekeningen

De eerste schijf van 1.020 € aan intresten op gereglementeerde spaarrekeningen bij kredietinstellingen in de EER is vrijgesteld van belasting per belastingplichtige voor aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025). Daarboven zijn de overschrijdende intresten belastbaar aan 15 %.

Als de roerende voorheffing al werd ingehouden op deze intresten, blijft de aangifte facultatief. Als er geen voorheffing werd ingehouden en je intresten meer dan 1.020 € bedragen, geef je het overschot aan bij code 1151/2151.

 

Bijzonder geval: dividenden uit buitenlandse aandelen

De behandeling verschilt naargelang je een Belgische of buitenlandse tussenpersoon hebt gebruikt.

Via een Belgische bank werd de Belgische roerende voorheffing van 30 % ingehouden aan de bron op het nettodividend dat al verminderd werd met de buitenlandse belasting. Je geeft dit nettobedrag aan (na buitenlandse bronheffing en na Belgische voorheffing) bij code 1160/2160. Vul ook rubriek F van vak 7 in met het land van oorsprong, de code en de aard van de inkomsten.

Via een buitenlandse bank werd geen Belgische voorheffing ingehouden. Je geeft het nettobedrag na aftrek van de buitenlandse belasting aan bij code 1444/2444, en vult ook rubriek F in.

Voorbeeld

Je ontvangt een brutodividend van 100 € uit een Frans aandeel.

Via een Belgische bank: na Franse bronheffing van 12,80 € en Belgische voorheffing van 26,16 €, geef je 61,04 € aan bij code 1160.

Via een buitenlandse bank: na uitsluitend Franse bronheffing van 12,80 €, geef je 87,20 € aan bij code 1444.

 

À savoir
De vrijstelling van 833 € op gewone dividenden en de verrekening van een eventuele buitenlandse belasting kunnen niet worden gecumuleerd op dezelfde dividenden. Als je minder dan 833 € aan belastbare dividenden ontvangt, is de vrijstelling doorgaans voordeliger. Daarboven is een vergelijking op basis van jouw persoonlijke situatie aangewezen.

 

Rubriek B: inkomsten uit de verhuur van roerende goederen

 

Welke inkomsten vallen hieronder?

Deze rubriek betreft de netto-inkomsten uit de verhuur, verpachting, het gebruik of de concessie van roerende goederen, buiten elke beroepsactiviteit. Denk bijvoorbeeld aan de verhuur van materieel of gereedschap, of royalty’s ontvangen voor de concessie van een fabricageprocédé.

Deze inkomsten worden belast aan 30 %.

 

Bijzonder geval: gemeubileerde verhuur

Als je een woning, kamer of gemeubileerd appartement verhuurt, wordt de brutohuur van het meubilair forfaitair vastgesteld op 40 % van de totale huur, tenzij anders bepaald in de huurovereenkomst. Van dit bedrag kan je de werkelijk gemaakte kosten aftrekken (afschrijvingen, onderhoud, herstellingen), of kiezen voor een kostenforfait van 50 % van de brutohuur van het meubilair.

Voorbeeld

Je verhuurt een gemeubileerd appartement voor een maandelijkse huur van 1.000 €. De brutohuur van het meubilair wordt forfaitair vastgesteld op 400 € (40 % van 1.000 €). Na toepassing van het kostenforfait van 50 % bedraagt het netto belastbaar roerend inkomen 200 €. De verschuldigde belasting aan 30 % bedraagt dus 60 €.

 

⚠️ De onderverhuur van een gemeubileerd onroerend goed valt niet onder vak 7. Deze inkomsten moeten worden aangegeven in vak 15, rubriek A, 2, a (diverse inkomsten).

⚠️ Als je een gemeubileerd bureau of werkruimte verhuurt aan je eigen vennootschap, valt het onroerende deel (het lokaal) onder vak 3 van de aangifte. Alleen de verhuur van het meubilair in dat bureau valt onder vak 7, volgens dezelfde regels als hierboven beschreven. Voor de regels over de verhuur van een onroerend goed aan je eigen vennootschap, raadpleeg ons artikel over vak 3 onroerende inkomsten.

 

Rubriek C: inkomsten begrepen in lijfrenten of tijdelijke renten

Deze rubriek betreft de inkomsten begrepen in lijfrenten of tijdelijke renten die onder bezwarende titel zijn gevestigd na 1 januari 1962, ten laste van een rechtspersoon of een onderneming. Pensioenen zijn hiervan uitgesloten.

Als de rente werd gevestigd tegen storting van een afgestaan kapitaal, geef je 3 % van dat kapitaal aan als belastbaar inkomen. Voor renten van Belgische oorsprong staat het belastbare bedrag vermeld op de individuele fiche 281.40.

 

Rubriek D: inkomsten uit auteursrechten

De inkomsten uit auteursrechten worden aangegeven op basis van de fiscale fiche 281.45 die je schuldenaar (werkgever, klant, uitgever) verplicht aan je moet bezorgen. Deze fiche vermeldt de drie bedragen die je in je aangifte moet overnemen.

Drie bedragen aan te geven

Je vult rubriek D in drie stappen in:

  • Code 1123/2123 (brutobedragen): het brutobedrag van de ontvangen auteursrechten, vóór aftrek van kosten en vóór roerende voorheffing;
  • Code 1124/2124 (kosten): ofwel je bewezen werkelijke kosten, ofwel het wettelijke forfait dat van toepassing is op jouw situatie (zie hieronder);
  • Code 1119/2119 (roerende voorheffing): het bedrag van de ingehouden voorheffing van 15 % aan de bron, zoals vermeld op fiche 281.45.

Voorbeeld

Je fiche 281.45 voor de inkomsten van 2025 vermeldt 10.000 € aan bruto-auteursrechten en 1.500 € ingehouden roerende voorheffing (15 %).

Je geeft aan:

  • Code 1123: 10.000 € (brutobedragen);
  • Code 1124: 5.000 € (forfait van 50 %, indien van toepassing);
  • Code 1119: 1.500 € (ingehouden voorheffing).

Het netto belastbaar inkomen bedraagt zo 5.000 €, belast aan 15 %. De voorheffing van 1.500 € wordt verrekend met de verschuldigde belasting.

 

Important
In tegenstelling tot dividenden is de aangifte van auteursrechten verplicht, ook als de voorheffing al werd ingehouden. De voorheffing geldt als een verrekenbare vooruitbetaling, niet als een bevrijdende belasting.

 

Auteursrechten ontvangen uit het buitenland

Als je auteursrechten ontving van een buitenlandse schuldenaar, ontvang je geen Belgische fiche 281.45. Je geeft deze inkomsten toch op dezelfde manier aan: vermeld het brutobedrag bij code 1123/2123, na aftrek van de eventueel in het buitenland ingehouden bronbelasting.

Als er geen Belgische voorheffing werd ingehouden, vul je 0 in bij code 1119/2119. De belasting wordt geregulariseerd via je aanslagbiljet.

À savoir
Sommige dubbelbelastingverdragen voorzien in een vrijstelling van Belgische roerende voorheffing op buitenlandse auteursrechten. In dat geval kan je een verzoek tot teruggave van de ten onrechte ingehouden voorheffing indienen via code 1119/2119.

 

Kostenforfait: wat verandert er voor de inkomsten 2025 en 2026

Voor de inkomsten 2025 (aanslagjaar 2026) geldt het kostenforfait nog volledig: 50 % op de eerste schijf tot 20.100 € en 25 % op de schijf van 20.100 € tot 40.190 €. Je geeft ze aan bij code 1124/2124.

Vanaf de inkomsten 2026 schrapt de Arizona-hervorming het kostenforfait voor de meeste begunstigden. Alleen houders van een “gewone” of “plus” kunstwerkattest kunnen er nog aanspraak op maken, en uitsluitend voor de activiteiten die door dat attest worden gedekt. Houders van een “starter”-attest en auteurs zonder attest zijn hiervan uitgesloten.

Werkelijke kosten blijven voor iedereen altijd aftrekbaar. Als je het forfait niet meer kan toepassen, bewaar dan je bewijsstukken van werkelijke kosten.

 

Rubriek E: innings- en bewaringskosten

Je kan hier de innings- en bewaringskosten aftrekken die betrekking hebben op de roerende inkomsten die je aangeeft. Deze kosten worden alleen in aanmerking genomen als je inkomsten worden geglobaliseerd met je andere inkomsten (en niet afzonderlijk worden belast).

Niet beschouwd als innings- en bewaringskosten: kosten verbonden aan beursverrichtingen, kosten voor de huur van een safe, noch kosten voor vermogensbeheer.

 

Vak 7 roerende inkomsten goed invullen betekent niet meer en niet minder belasting betalen dan verschuldigd. Een accountant kan je helpen de vrijstellingen te identificeren die op jouw situatie van toepassing zijn en je aangifte te optimaliseren binnen de wettelijke grenzen.

Heb je specifieke vragen over jouw situatie? Maak een afspraak (gratis) met onze experts, zij analyseren je aangifte samen met jou 💬