Vak 6 van je aangifte personenbelasting groepeert de ontvangen onderhoudsuitkeringen, dit zijn bedragen die je ontvangt van een ex-partner, een ouder of een kind om in je basisbehoeften te voorzien. Deze inkomsten zijn de enige diverse inkomsten die in dit specifieke vak worden aangegeven. De fiscale behandeling ervan is gewijzigd na de Arizona-hervorming: de belastingtarieven veranderen geleidelijk tussen 2025 en 2027.

Samenvatting
  • Ontvangen onderhoudsuitkeringen zijn de enige diverse inkomsten die in vak 6 worden aangegeven;
  • Je geeft 100% van het ontvangen bedrag aan; de administratie past zelf de beperking tot 70% toe voor inkomsten van 2025;
  • Er zijn drie soorten betalingen: periodieke uitkeringen, retroactieve uitkeringen en kapitalen;
  • Uitkeringen die je voor je kinderen ontvangt, geef je nooit aan in je eigen aangifte;
  • Vanaf 1 januari 2026 zijn uitkeringen betaald door iemand buiten de EER of Zwitserland niet meer belastbaar.

 

Welke onderhoudsuitkeringen geef je aan in vak 6?

Vak VI betreft uitsluitend de onderhoudsuitkeringen die je als begunstigde hebt ontvangen. De uitkeringen die je zelf hebt betaald, vallen onder vak VIII.

Andere diverse inkomsten (huurinkomsten, occasionele meerwaarden…) staan hier niet vermeld. Die geef je aan in deel 2 van de aangifte, in vak XV.

Dit vak groepeert drie verschillende soorten betalingen:

  • periodieke uitkeringen, die regelmatig worden betaald gedurende het jaar;
  • retroactieve uitkeringen, die met terugwerkende kracht worden betaald na een rechterlijke beslissing;
  • kapitalen, die in één keer worden uitbetaald ter vervanging van een periodieke uitkering.

Elk type komt overeen met specifieke codes in de aangifte.

 

Aan welke voorwaarden moet een onderhoudsuitkering voldoen om belastbaar te zijn?

Opdat een onderhoudsuitkering belastbaar is in je aangifte, moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn (art. 90, 3° van het WIB 1992):

  • de uitkering vloeit voort uit een wettelijke verplichting op grond van het Burgerlijk Wetboek, het Gerechtelijk Wetboek of analoge buitenlandse wetgeving;
  • de uitkering wordt regelmatig betaald;
  • de schuldenaar maakt geen deel uit van je huishouden (feitelijk afzonderlijke woonplaats);
  • je verkeert in behoeftige toestand (behalve voor minderjarige kinderen of meerderjarige kinderen die studeren, voor wie deze voorwaarde niet geldt);
  • de uitkering wordt betaald in geld of, in bepaalde gevallen, in natura (terbeschikkingstelling van een woning).
Goed om te weten
Een rechterlijke veroordeling van de schuldenaar is niet vereist. De uitkering blijft belastbaar zodra ze verschuldigd is op grond van een wettelijke verplichting en vrijwillig wordt betaald. Een feitelijk gescheiden echtgenoot die spontaan een uitkering aan zijn partner betaalt, voldoet bijvoorbeeld aan deze voorwaarde.

 

Wat betekent “regelmatige betaling”?

De administratie aanvaardt dat een uitkering regelmatig wordt betaald wanneer de betaaldatum niet meer dan drie maanden na het begin van de maand waarvoor ze bestemd is, valt. Na deze termijn worden de betalingen niet meer als regelmatig beschouwd en is de uitkering niet meer aftrekbaar in hoofde van de schuldenaar.

 

De regel van het afzonderlijk huishouden

De begunstigde mag op het moment van de betaling geen deel uitmaken van het huishouden van de schuldenaar. Deze beoordeling gebeurt op basis van de concrete omstandigheden, en niet op 1 januari van het aanslagjaar.

Voorbeeld

Op 1 april 2025 verlaat Jean de woning van zijn moeder om bij zijn vader te gaan wonen. Zijn moeder betaalt hem vanaf die datum een uitkering van 100 € per maand. Jean keert op 1 december 2025 terug naar zijn moeder. Zijn moeder kan een uitkering van 800 € aftrekken (van april tot november), voor zover aan alle voorwaarden is voldaan.

 

Belangrijk
Een uitkering die wordt gestort op de bankrekening van de ouder met bewaarrecht ten behoeve van de kinderen, mag door die ouder nooit worden aangegeven. Overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek heeft hij geen wettelijk genot van dit inkomen. Het is het kind als begunstigde dat juridisch betrokken is, ook al loopt het geld via de andere ouder.

 

Moet je een aangifte aanvragen voor het kind als begunstigde?

In de praktijk niet: als het minderjarig kind geen andere noemenswaardige inkomsten heeft, is het over het algemeen niet nodig spontaan een belastingaangifte op zijn naam aan te vragen. Wanneer de fiscale administratie van oordeel is dat de bedragen moeten worden aangegeven, stuurt ze zelf een formulier of een voorstel van aangifte op naam van het kind.

Als er geen formulier wordt opgestuurd en het kind geen andere inkomsten heeft, hoef je dus geen spontane stap te ondernemen.

Opgelet
In bepaalde situaties is het aangewezen contact op te nemen met de FOD Financiën of een accountant om na te gaan of een aangifte vereist is:
  • de ontvangen onderhoudsuitkeringen zijn hoog;
  • het kind heeft andere inkomsten (studentenjob, roerende inkomsten…);
  • de belasting zou de belastingvrije sommen kunnen overschrijden.

Bovendien kan een kind dat een belastbare onderhoudsuitkering ontvangt, afhankelijk van de bedragen en de gezinssituatie, mogelijk niet langer volledig ten laste worden beschouwd van de ouder bij wie het verblijft.

 

Hoe vul je vak 6 concreet in?

 

Periodieke en retroactieve uitkeringen (codes 1192/2192 en 1193/2193)

Voor regelmatige uitkeringen vermeld je het totale bedrag dat je in het kalenderjaar daadwerkelijk hebt ontvangen bij de codes 1192/2192. Beperk dit bedrag zelf niet: de administratie past de beperking ambtshalve toe bij de berekening van de belasting.

Wanneer uitkeringen worden betaald aan twee echtgenoten of wettelijk samenwonenden die een gemeenschappelijke aangifte indienen, moet elk bedrag worden ingevuld in de kolom van degene die het ontvangt. Uitkeringen die aan beiden gezamenlijk worden betaald, worden elk voor de helft verdeeld.

Voor retroactieve uitkeringen, dat wil zeggen uitkeringen die na de belastbare periode waarop ze betrekking hebben worden betaald ter uitvoering van een rechterlijke beslissing, gebruik je de codes 1193/2193. Deze bedragen genieten een stelsel van afzonderlijke belastingheffing tegen het gemiddeld tarief, waardoor belasting in de hoogste schijven wordt vermeden.

Onthoud
In alle gevallen moet je de volledige gegevens van de schuldenaar vermelden: naam, voornaam en adres. Als je uitkeringen ontvangt van meerdere personen, vermeld dan de gegevens van elk van hen afzonderlijk.

 

Kapitalen (codes 1194/2194 en 1196/2196)

Wanneer een kapitaal in één keer wordt uitbetaald ter vervanging van een periodieke uitkering, is de fiscale behandeling anders. Je geeft niet het kapitaal zelf aan, maar een fictieve jaarlijkse rente. Het bedrag ervan wordt berekend door het kapitaal te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die afhangt van je leeftijd op het moment van de betaling.

Je geeft deze fictieve rente elk jaar aan vanaf het jaar van ontvangst, en dit tot aan je overlijden (codes 1194/2194). De fictieve rente kan pro rata worden berekend in het eerste en het laatste jaar. Vervolgens past Tax-on-web zelf de beperking tot 60% toe.

Leeftijd van de begunstigdeCoëfficiënt
40 jaar en jonger1,0 %
41 tot 45 jaar1,5 %
46 tot 50 jaar2,0 %
51 tot 55 jaar2,5 %
56 tot 58 jaar3,0 %
59 en 60 jaar3,5 %
61 en 62 jaar4,0 %
63 en 64 jaar4,5 %
65 jaar en ouder5,0 %
Voorbeeld

Je bent 52 jaar en ontvangt een alimentatiekapitaal van 30.000 €. De toepasselijke coëfficiënt bedraagt 2,5%. De fictieve jaarlijkse rente aan te geven bij de codes 1194/2194 bedraagt 750 € (2,5% × 30.000 €). Je geeft dit bedrag elk jaar aan tot aan je overlijden. De administratie belast vervolgens 70% van dit bedrag, ofwel 450 € (voor de inkomsten van 2025).

 

Goed om te weten
De vervanging van een periodieke uitkering door een kapitaal moet uitdrukkelijk zijn voorzien in het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek. De betaling van een kapitaal tussen echtgenoten in het kader van een echtscheiding is hiervan een veelvoorkomend voorbeeld.

 

Welk belastingtarief geldt voor ontvangen uitkeringen?

Periodieke onderhoudsuitkeringen, retroactieve uitkeringen en omzettingsrenten zijn belastbaar tegen het progressieve tarief van de personenbelasting (van 25% tot 50%). Toch is slechts een deel van het aangegeven bedrag effectief belastbaar. Dit percentage neemt geleidelijk af na de Arizona-hervorming.

BetalingsperiodeBelastbaar deel
Tot en met 31 december 202480 %
Van 1 januari tot en met 31 december 202570 %
Van 1 januari tot en met 31 december 202660 %
Vanaf 1 januari 202750 %

Je geeft altijd het volledige ontvangen bedrag aan. De administratie past de beperking ambtshalve toe bij de berekening.

Voorbeeld

Je ontvangt 3.600 € onderhoudsuitkering in 2026 (300 € per maand). Je geeft 3.600 € aan bij code 1192. De administratie belast uitsluitend 2.160 € (inkomsten van 2026: 60% van 3.600 €). Met een marginaal tarief van 45% bedraagt de belasting 972 €. Zonder de beperking had die 1.620 € bereikt.

 

Retroactieve uitkeringen genieten een gunstiger stelsel. Ze worden afzonderlijk belast tegen het gemiddeld tarief dat van toepassing is op al je andere belastbare inkomsten. Dit stelsel is echter niet van toepassing op achterstallige bedragen die worden betaald in hetzelfde jaar als dat waarin de rechterlijke beslissing werd uitgesproken: die bedragen vallen dan onder de codes 1192/2192.

 

Uitkeringen betaald buiten de EER of Zwitserland: een nieuwe regel sinds 2026

Sinds 1 januari 2026 zijn onderhoudsuitkeringen betaald door een schuldenaar die geen inwoner is van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte noch van Zwitserland, niet meer belastbaar in België. Je geeft ze dus niet meer aan in vak VI.

Als de schuldenaar echter in een EER-land of Zwitserland woont, blijven de gebruikelijke regels van toepassing.

Onthoud
Deze wijziging geldt voor uitkeringen ontvangen vanaf 1 januari 2026. Controleer het verblijfsland van je schuldenaar voordat je je aangifte invult als je in deze situatie verkeert.

 

Onderhoudsuitkeringen en fiscaal ten laste

Het ontvangen van een onderhoudsuitkering kan van invloed zijn op je statuut als fiscaal ten laste. Volgens artikel 136 van het WIB 1992 mag een ten laste genomen persoon gedurende de belastbare periode geen netto bestaansmiddelen van meer dan 4.100 € (aanslagjaar 2026) hebben gehad.

Voor kinderen is dit plafond vastgesteld op 12.000 € (aanslagjaar 2026), ongeacht of de ouder alleenstaand is of niet. Bij de berekening van dit nettobedrag worden gewone onderhoudsuitkeringen buiten beschouwing gelaten ten belope van 4.100 € per jaar. Het resterende saldo wordt slechts in aanmerking genomen voor 80%.

Voorbeeld

Jean ontvangt een onderhoudsuitkering van 16.000 € van zijn vader. Om te bepalen of hij nog ten laste is van zijn moeder, wordt 4.100 € buiten beschouwing gelaten (vrijgestelde schijf). Het saldo bedraagt 11.900 €, dat voor 80% in aanmerking wordt genomen, ofwel 9.520 €. Dit bedrag is lager dan het plafond van 12.000 €, dus Jean kan ten laste blijven van zijn moeder.

 

Wist je dat?
De FOD Financiën stelt een gratis online calculator ter beschikking waarmee je eenvoudig kunt nagaan of iemand fiscaal ten laste is of niet.

 

Vak 6 voor ontvangen onderhoudsuitkeringen correct invullen vereist dat je het type ontvangen uitkering, de bijbehorende codes en de gegevens van de schuldenaar goed identificeert. Een fout kan leiden tot een onjuiste belastingheffing of het verlies van een fiscaal voordeel. Maak een (gratis) afspraak met onze experts, ze helpen je graag verder 💬